Niet gevreesd voor de nijvere spinselmot

Het voorjaar brengt overvloed: vogelgekwetter, groen in alle schakeringen en volop bloemenweelde. Maar ook: jeuk, kriebel en gekrioel met bijbehorend kippenvel! Graag laten we u nader kennismaken met de rups van de spinselmot, een beestje dat door velen aangezien wordt voor de eikenprocessierups. Maar deze wurmpies bezorgen, in tegenstelling tot hun stekelige familielid, alleen maar psychische jeuk.

SpinselmotHet grootste deel van het verhaal speelt zich af in maanden waar u nog niets van de familie spinselmot (ook wel stippenmot genoemd) merkt. Mamma-mot - een weinig opvallend, maar toch sierlijk wit beestje met subtiele zwarte stippen - zette vorige zomer haar eitjes al af op jonge twijgen. In september staken de rupsjes hun donkere snoetje door hun eierschaal naar buiten. Niets geen warm ontvangst voor deze krioelbaby’s! Al snel volgde de winter en onze kleintjes moesten zonder eten overwinteren in een boom. Maar toen werd het voorjaar…

Veilig in een tent

De boom kreeg blad. Dat was smullen voor die kleintjes! En daar waar voor hen het feest begint, worden zij voor u zichtbaar. In mei en juni doen zij zich te goed aan hun boom of struik. Ondertussen worden ze omgeven door vijanden die zich graag te goed willen doen aan een heerlijk weldoorvoed rupsje! Om zich te beschermen tegen vraatzuchtige meesjes en sluipwespen, hebben spinselmotrupsen ingebouwd tentdoek: Ze pakken in een mum van tijd hele bomen in met grote witte dekens van zijden draden. Zo kunnen ze heerlijk beschut hun boom kaal knagen. 

Plakkerig spook

Nu zijn er ook wel voorbeelden te vinden van rupsen die al beginnen met spinnen voordat ze goed om zich heen gekeken hadden. Dan vindt u in het voorjaar uw houten tuinmeubilair terug als plakkerig spook. Er zijn zelfs meldingen bekend van ingepakt straatmeubilair of ingepakte auto's! 

Zonder prik

Krijgt u ernstige jeuk bij het zien van zoveel spin-nijverheid? Dan is het goed om te weten, dat ons rupsje nog niet zo een kwaaie is. Aan zijn spinnewiel heeft zich nog nooit een prins of prinses geprikt, want hij heeft geen netelharen zoals zijn spinnende collega de eikenprocessierups wel heeft. 
Het web van de spinselmot blijft zitten totdat de rupsen zich na vier tot zes weken verpoppen tot nachtvlinders. Vanaf dat moment krijgen de bomen en struiken opnieuw bladeren.