De overstort: nooduitgang in de riolering

Het riool is te vergelijken met een wasbak. Er stroomt water in; bij regenval en het doortrekken van de toilet. Er stroomt water uit; als de pompen in werking treden. Bij hevige regenval kan het voorkomen dat meer water het riool instroomt dan de pompen kunnen afvoeren. Het riool vult zich dan met water. Net als de wasbak heeft het riool een bepaalde inhoud. Als meer water aangevoerd wordt, dreigt de wasbak te overstromen. In de riolering kan dit gebeuren tijdens hevige regenbuien, zoals een zomerse wolkbreuk. Gelukkig zijn de meeste wasbakken voorzien van een noodoverloop.

OverstortEen overstort is de noodoverloop van ons riool. Als het riool vol is en er blijft water instromen, dan kan het rioolwater over een drempel in vijvers, sloten, singels en havens worden geloosd. Daarmee kan een overstort vaak voorkomen dat water op straat blijft staan of de woningen instroomt. Riooloverstorten treden alleen in werking bij heel heftige regenbuien en zijn onmisbaar bij het behoud van droge voeten!

Drempel

Een overstort is in feite een verbinding tussen het riool- en het ‘watersysteem’. In de overstort zit een drempel, die zorgt dat rioolwater niet te snel in het oppervlaktewater wordt geloosd. Diezelfde drempel zorgt er ook voor dat het schone water uit ons watersysteem niet het riool in stroomt op drogere dagen. Die drempel moet dus precies de goede hoogte hebben!. 

De komende weken passen we in Vlaardingen een aantal overstortconstructies aan. De drempelhoogte wordt weer in orde gemaakt, zodat het riool goed blijft functioneren en de kans op wateroverlast wordt verkleind. In sommige delen in Vlaardingen is geen oppervlaktewater aanwezig en zijn dus ook geen overstorten. Voor deze gebieden zijn andere maatregelen nodig voor droge voeten. Daarover later meer!