Bomen onder de loep

Boomveiligheidsonderzoek Holy Noord en Holy Zuid

Wie een boom heeft, moet deze regelmatig laten controleren. Dit om te voorkomen dat er een onveilige situatie ontstaat als de boom in een slechte conditie raakt. In Vlaardingen staan in het openbaar gebied in de bebouwde kom ruim 28.000 bomen. Ieder jaar laat de gemeente een deel van deze bomen controleren zodat ze allemaal eens in de drie jaar aan de beurt komen. De komende weken gaan de boomcontroleurs op bezoek bij ruim 9.000 bomen in Holy Noord en Holy Zuid.

Bomen geven de stad karakter. Een stad met volwassen bomen heeft een mooie uitstraling, is een fijnere woonomgeving voor mens en dier, zorgt voor minder wateroverlast en zorgt er bovendien voor dat er schaduw is in hete zomers. Reden genoeg dus om de bomen in onze stad te koesteren! Maar natuurlijk wel met oog voor de veiligheid van onze bewoners. 

Zo op het oog

De controles door de boomcontroleurs zijn visuele controles. De controleurs kijken of er iets aan de boom te zien is, wat duidt op problemen. Zwammen en schimmels, afgestorven takken, rottend hout aan de boomvoet, scheuren; een deskundig oog kan op basis van wat hij ziet een goede inschatting maken van de conditie van de boom. 

En dan verder

Met behulp van het rapport van de boomveiligheidscontrole (dat naar verwachting rond de zomer klaar is) krijgt de gemeente een beeld van de conditie van de onderzochte bomen. Sommige bomen met een slechte conditie kunnen door goed onderhoud nog wel even mee. Anderen zullen gekapt moeten worden. Ook kan het advies aanleiding zijn voor de gemeente om een boom nader te laten onderzoeken. Steeds wordt er een afweging gemaakt: moet een boom worden gekapt of kan hij met het nodige onderhoud nog een paar jaar een belangrijke bijdrage leveren aan een mooie groene stad? 

Voor bomen die gekapt moeten worden, vraagt de gemeente deze zomer een kapvergunning aan. Tegelijkertijd kijkt de gemeente op welke plekken in de wijken ruimte is voor nieuwe bomen. Dat kan zijn op de plek waar een boom gekapt moest worden of – als deze groeiplek niet zo geschikt was vanwege bijvoorbeeld te weinig ruimte – op een andere plek in de buurt.