Krachtige godenpilaar

Symbool van kracht, roem, onvergankelijkheid en overwinning. Ja, de 1100e boom die we dit plantseizoen in Vlaardingen planten, is geen geringe jongen. Net als de Hollandse linde van vorige week, is ook de zomereik een inheemse soort. Wij kozen voor de zuilvormige zomereik: de Quercus robur ‘Fastigiata Koster’.

Foto van een Zomereik. Fotograaf - Paul BusselenDit artikel is eigenlijk te kort om hem de eer te bewijzen die hem toekomt! De zomereik is immers toch wel het opperhoofd der bomen. Hij kwam in de ijstijd vanuit zuidelijk Europa richting het noorden. Zijn voorouders wortelden genoeglijk in huidige vakantieoorden als Zuid-Spanje en Zuid-Italië. Dat verklaart ook zijn behoefte aan voldoende licht: het zit nog een beetje in zijn genen.

Geruis van Zeus

De eik oogstte al vroeg bewondering van de mens. Germaanse, Keltische, Friese en andere Europese volken vereerden de boom. Hij werd naar verluidt gewijd aan Thor (of Donar), Wodan (of Odin), Taranis, Jupiter en Peroen. In het oude Griekenland was de eik aan de oppergoed Zeus gewijd. Deze sprak zijn wil uit via het ruisen van de bladeren van de heilige eik van Dodona.

Gedonder

Verschillende volkeren brachten de eik in relatie met hun dondergod. Dat is niet wonderlijk, want de eik is een soort natuurlijke bliksemafleider. Eiken wortelen diep en komen zo eerder bij het grondwater dan beuken, die daardoor juist een veiliger heenkomen zouden vormen bij gedonder. Zo luidt een gezegde: ‘Eiken moet je wijken, boeken (beuken) moet je zoeken’. Hoewel er natuurlijk veel voor te zeggen valt om tijdens een onweersbui gewoon lekker binnen te schuilen.

Eikeltjeskoffie

Ook op andere vlakken verdient de eik de nodige bewondering. Wist u dat meer dan 400 verschillende soorten insecten verbonden zijn aan deze groene jongen?! En ook de mens heeft hij door de eeuwen heen al veel opgeleverd: zijn bast komt van pas bij de leerlooierij, zijn hakhout als brandstof, zijn stevige stammen als gebinten voor gebouwen. Zijn eikels werden gebruikt als varkensvoer. Voor mensen zijn onbewerkte eikels niet te eten, maar in tijden van grote schaarste kon er wel meel van gemaakt worden. Of wat te denken van eikeltjeskoffie die in de Tweede Wereldoorlog wel gemaakt schijnt te zijn van geroosterde eikels.

Hoofdbrekens

De Nederlandse naam ‘eik’ komt van het Oud-Indische woord igja en betekent verering. Dat past mooi in het plaatje van deze eerbiedwaardige boom. Het vinden van een bevredigende vertaling voor Quercus robur ‘Fastigiata Koster’, kost meer hoofdbrekens. We beginnen achteraan: Fastigiata komt van fastigiatus, wat punt of piek betekent en verwijst naar de zuilvormige groeivorm van dit exemplaar. De toevoeging Koster blijft een mysterie. Misschien heeft de kweker deze cultivar genoemd naar de lokale koster of naar een ons onbekende meneer of mevrouw Koster.  

Onbescheiden

En dan door naar de voornaam van onze nieuwe aanwinst: Quercus zou van het Indo-Germaanse perkus komen, wat dan weer gewoon eikenboom betekent. Tja, daar wordt natuurlijk niemand warm van. Een andere mogelijkheid is dat Quercus komt van het Keltische quer (fraai) en cuex (boom) of van het Griekse karkos of kartos (kracht). Een sluitende conclusie blijft uit. Overigens betekent robur ook kracht. Dus als de Griekse verklaring de juiste is, hebben we hier een boom die, vrij vertaald, luistert naar de naam ‘krachtige krachtpatser’. Tot zover de bescheidenheid! Maar als je bedenkt dat de eik tot wel achttien meter lange takken horizontaal in de lucht kan houden, dan mag je jezelf ook best wel een sterke jongen noemen!