Cees Lichtendahl
Hoe zag Vlaardingen er uit toen kapsalon Minnie en Mickey nog aan de Hoogstraat zat en de Transvaalbuurt nog bestond? Dankzij duizenden foto’s van Cees Lichtendahl kunnen we die stad van vroeger opnieuw bekijken. Zijn levenswerk ligt nu veilig in het Stadsarchief. Maar waarom maakt iemand vrijwillig duizenden foto’s van Vlaardingen? Beet! zocht het uit.
“Ik hou van het oude Vlaardingen. Het Vlaardingen van vroeger.”
Het Vlaardingse Stadsarchief heeft een bijzondere collectie aan de al ruime collectie toegevoegd. Niet in de vorm van vergeelde kranten of stoffige dozen, maar in 32 dikke multomappen vol foto’s, notities en knipsels. Cees Lichtendahl legde tussen 1974 en de jaren 90 (“ik weet niet meer precies wanneer ik ermee ben opgehouden”) Vlaardingen vast op de gevoelige plaat. Hij fotografeerde straten, panden en winkels en vulde die beelden aan met oude foto’s, plattegronden en eigen aantekeningen. Zo ontstond een verzameling die het laat voelen alsof je in een tijdscapsule stapt en in een ander Vlaardingen terechtkomt.
De mappen laten verdwenen buurten en winkels zien, maar ook mensen die destijds het straatbeeld bepaalden. Van de uitreiking van de Geuzenpenning in 1988 tot de sloop van het houten kerkje aan de Jacob van der Wintstraat. En wie zich de Hoogstraat van toen nog herinnert, ziet op Lichtendahls foto’s kapsalon Minnie en Mickey of kledingwinkel Double Fun terug. Het is werkelijk een schat aan herinneringen, nu veilig ondergebracht in het Stadsarchief.
Maar achter die verzameling stond vooral één man met een camera, een scherpe blik en een duidelijke overtuiging. Beet! sprak met Cees over dit werk, zijn motivatie en zijn visie op Vlaardingen.
Waarom ben je ooit begonnen met het fotograferen in en van Vlaardingen?
“Eigenlijk omdat er te veel verdween in Vlaardingen. Er werd - toen ik opgroeide als jonge jongen - zoveel gesloopt dat ik dacht: iemand moet dit vastleggen. Voordat je iets kapot maakt, moet je twee keer nadenken. Dat is altijd mijn drijfveer geweest. Ik wilde de stad bewaren zoals ze was. Je moet zorgvuldig omgaan met dat wat waarde heeft.’’
Hoe pakte je dat fotograferen aan? Liep je op de bonnefooi rond door de stad en deed je af en toe klik klik?
“Nee, dat deed ik systematisch. Ik liep wijk voor wijk en straat voor straat. Op kaartjes noteerde ik welke panden ik had gefotografeerd. Daarbij voegde ik oude foto’s en krantenknipsels. Soms trok ik complete plattegronden over, zette de huisnummers erbij en zocht uit wie er gewoond had. Het was niet alleen fotograferen maar ook documenteren. Ik heb bevolkingsregisters doorgeploegd en die gekoppeld aan huizen. Al dat werk heeft me jaren gekost.”
Wat zag je als je door de stad liep met uw camera?
“Ik zag vooral hoe snel dingen verdwenen. Neem de Transvaalbuurt. Die hele wijk is gesloopt voor het Liesveldviaduct. Of de Hoflaan, waar nog panden van de oude gasfabriek stonden. Ik heb ze gefotografeerd vlak voor de sloop en twee jaar later opnieuw toen de machines erdoorheen gingen. Dan voel je hoe snel een stad zijn gezicht verliest.”
Dat klinkt als een vrij somber camerastandpunt. Was het alleen maar kommer en kwel?
“Nee zeker niet. Er zaten hele mooie momenten bij. Ik maakte ook foto’s van bijzondere gebeurtenissen, zoals de uitreiking van de Geuzenpenning. Dat soort beelden geven de stad kleur. En af en toe fotografeerde ik ook markante Vlaardingers die je op straat tegenkwam. Zo heb ik ook daklozen gefotografeerd, daar moet je wel een beetje mee oppassen eigenlijk, maar ook foto’s van figuren die iedereen kende.’’
Je werk zit in multomappen en je hele computerschijf staat ermee vol. Heb je een foto waar je nu gelijk aan denk als ik naar je meesterwerk vraag?
“Een nachtbeeld van de haven, vol lichtjes. Die heb ik zelfs een keer als kerstkaart gebruikt. Verder vooral de toen-en-nu-foto’s. Het is indrukwekkend om een oude prent uit het archief in je hand te hebben en dan op dezelfde plek te gaan staan met je camera. Dat contrast vertelt het verhaal waar ik eigenlijk naar op zoek ben.”
Je hebt het lang volgehouden, maar alles stopt een keer. Wanneer en waarom ben je gestopt met dit werk?
“In de jaren zeventig begon ik, zo rond 1974. In de jaren negentig ben ik minder gaan fotograferen. De overstap naar digitaal hielp niet, want afdrukken werd te duur. Later kreeg ik een fietsongeluk en daar kwamen gezondheidsproblemen uit voort. Daardoor werd ik steeds minder mobiel, en kon ik minder makkelijk door Vlaardingen trekken op zoek naar mooie fotomomenten.”
En nu liggen die mappen, mag ik het je levenswerk noemen, dus in het archief. Hoe voelt dat?
“Het is goed zo. Ik had er thuis geen plek meer voor en ik moest vooruitdenken. Wat moet er gebeuren als ik er straks niet meer ben? Dan is het beter dat die mappen veilig in het Stadsarchief liggen dan dat ze op de kringloop belanden. Dat zou ik toch wel heel jammer vinden.”
Hoop je dat er een nieuwe Cees opstaat en je werk voortzet?
“Overnemen is een groot woord. Maar het zou mooi zijn als iemand met dezelfde liefde voor Vlaardingen opstaat. Het probleem is dat het enorm veel tijd en geld kost. Je moet bereid zijn dat te investeren, puur uit betrokkenheid. Of die generatie er nu nog is, dat weet ik niet."
Hoe kijk je naar het Vlaardingen van nu?
“Met gemengde gevoelens. Er zijn mooie oude panden die gelukkig bewaard zijn gebleven, vaak dankzij de ‘Historische Vereniging die heel actief is in onze stad. Maar er is ook veel verwoest. Hele buurten zijn verdwenen en leegstand neemt toe. Het Liesveld is half leeg, het Veerplein heeft miljoenen gekost maar oogt sfeerloos. Het is niet meer het Vlaardingen van vroeger.”
Is er een wijk of plek die je hebt gefotografeerd waar je een speciale band mee hebt.
“De Transvaalbuurt, zonder twijfel. Dat hele gebied is opgeofferd voor het Liesveldviaduct. Kleine huisjes, gemoedelijke straatjes, het had gered kunnen worden door renovatie. Voor mij blijft dat een wond. Iedere keer als ik daar aan denk of als er een foto voorbijschiet, doet dat mij wat.”
Stel de jonge versie van Cees gaat nu weer aan de slag, wat zou je nu vastleggen?
“Waarschijnlijk hetzelfde als toen. Panden die dreigen te verdwijnen, plekken waar leegstand het straatbeeld bepaalt. Je moet tempo maken, want voor je het weet is iets weg. Dat gold toen en dat geldt nog steeds.”
Cees Lichtendahl heeft duizenden foto’s gemaakt van Vlaardingen. Naast de 32 mappen die nu te zien zijn in het Stadsarchief, staat een groot deel daarvan nog op zijn computer. Het is een beeldverhaal van het Vlaardingen van toen. Een verhaal van een stad die verandert, zoals elke stad verandert maar ook van een jongeman met een camera die niet kon aanzien dat Vlaardings erfgoed verdween zonder dat iemand dat vastlegde. Zijn werk is geen nostalgie maar documentatie, bedoeld om bewustzijn te wekken. Of, zoals hij zelf zegt: “Wees voorzichtig met wat je hebt. Want als je het eenmaal sloopt, krijg je het nooit meer terug.”