Tekort op meerjarenbegroting

Het college van burgemeester en wethouders heeft de gemeenteraad geïnformeerd dat de meerjarenbegroting die op 1 oktober aan de raad voorgelegd wordt, een flink financieel tekort zal bevatten. Het geraamde tekort bedraagt in 2020 € 5,8 miljoen, aflopend naar een tekort van € 3,8 miljoen in 2023. Een groot deel van de het ontstane tekort is te verklaren uit prijsontwikkelingen in het sociale domein, het toenemende gebruik van voorzieningen in het sociaal domein, en overige loon- en prijsstijgingen. Daarnaast heeft de gemeente meer bedrijfsvoeringskosten dan waarmee in de voorgaande begrotingen rekening gehouden was.

“Het gaat nu juist economisch goed in Nederland, dat maakt het extra lastig voor te stellen hoe het financieel vooruitzicht zoals we dat nu hebben, heeft kunnen ontstaan. De stijging in prijzen, lonen en stijgende vraag naar voorzieningen in het sociaal domein worden in onvoldoende mate door het Rijk gecompenseerd. Gemeenten hebben het daardoor financieel lastig. Daar komen de tegenvallende kosten voor zaken als ICT, digitalisering en facilitaire voorzieningen nog bij. Het is een bittere pil en het betekent dat we hard aan de slag moeten om onze meerjarenbegroting structureel op orde te krijgen”, vertelt wethouder Sebastiaan Nieuwland. In het raadsmemo waarin het college de raad over het tekort informeert, doet het college de raad een voorstel om gezamenlijk te werken aan een sluitende meerjarenbegroting.

Het college wil nu met de raad werken aan een realistische en sluitende begroting. “We willen komen tot een begroting waarin alle onvermijdbare ontwikkelingen zijn verwerkt, waarbinnen we de doelstellingen uit het coalitieakkoord kunnen realiseren en die bovendien voldoende ruimte bevat om financiële risico’s op te vangen”, aldus de wethouder.

Hoe veel de begroting daarvoor precies bijgesteld moet worden, is nog niet precies te zeggen, maar een eerste inschatting is dat het structureel voor € 8 miljoen minder moet: het gaat dan om het genoemde tekort van € 5,8 miljoen, de eerder afgesproken ombuiging van € 1,5 miljoen voor nieuw beleid uit het coalitieakkoord en nog € 0,7 miljoen om overige financiële risico’s zo nodig op te vangen. 

Binnenkort buigt de gemeenteraad zich over de programmabegroting 2020. Gezien die korte termijn zal hierin de noodzakelijke bezuiniging nog niet zijn doorgevoerd. Dit betekent dat de in november 2019 vast te stellen begroting alleen het bestaande beleid en de afspraken uit het coalitieakkoord bevat. Zodra  er keuzes zijn gemaakt om de uitgaven aan te passen aan de nieuwe financiële situatie, kan de definitieve begroting worden opgemaakt.

De komende periode wil het college met de gemeenteraad in gesprek om gezamenlijk de benodigde uitgaven en mogelijke bezuinigingen te bespreken. Op die manier wil het college de raad de mogelijkheid geven om de kaderstellende rol van de raad ook in dit proces op een goede manier in te vullen.

Uitgelicht