
Slag bij Vlaardingen op 29 juli 1018. Fantasieprent.Vanaf de vierde eeuw tot en met de zevende eeuw lijkt Vlaardingen geheel te zijn verlaten. Aan het begin van de achtste eeuw verrijst er een houten kerkje op de westelijke oeverwal van de Vlaarding, dat de bekende missionaris Willibrord in 726/727 schenkt aan de abdij van van Echternach. Ten noorden van deze kerk lag de nederzetting Vlaardingen.
De Westfriese graven stichten rond 1000 een grafelijk hof en een burcht bij de nederzetting Vlaardingen. Bij de slag bij Vlaardingen in 1018 boekt graaf Dirk III een belangrijke overwinning.
De nederzetting Vlaardingen maakt een turbulente ontwikkeling door en ontpopt zich als de belangrijkste plaats binnen het toenmalige Westfriese graafschap dat men in de bronnen zelfs als het graafschap Vlaardingen aanduidde.
Vlaardingen vormt voor de graven een belangrijke haven en de springplank voor internationale contacten. Uit archeologische vondsten is gebleken dat Deense Vikingen Vlaardingen aan het begin van de elfde eeuw bezochten. In Vlaardingen geslagen munten zijn tot in Zweden teruggevonden. De elfde eeuw vormt voor Vlaardingen de gouden eeuw.
In het jaar 1273 werden door graaf Floris V dan ook bepaalde rechten toegekend aan de stad Vlaardingen. Deze ‘stadsrechten’ (verleend aan een niet ommuurde stad!) kunnen toen voor het eerst zijn gegeven, maar zeer waarschijnlijk betrof het een uitbreiding van al eerder gegeven rechten.