Dichters uit de achttiende eeuw
Dit keer in de vitrine twee 18e-eeuwse Vlaardingse dichters: Arnold Hoogvliet en Joannes Badon.
Dichtkunst voor de gegoede burgerij
De in 1687 in Vlaardingen geboren Arnold Hoogvliet was meester zilversmid, kashouder in goud en zilver en tafelhouder van de bank van lening te Vlaardingen. De in 1734 uit Leiden naar Vlaardingen vertrokken Joannes Badon was koopman en reder en belastingontvanger.
Joannes Badon
Van Badon en zijn vrouw Klara Ghijben is een dikke bundel bekend: Mengeldichten uit 1756 en bijna 40 jaar later schreef Badon alleen Mengeldichten en bijschriften.
Arnold Hoogvliet
Behalve dat ook Hoogvliet een bundel ‘Mengeldichten’ uitgaf (in 1738), kreeg hij grote bekendheid door het schrijven van het bijbelse epos ‘Abraham de aartsvader’ (1728). Vele 18e-eeuwse Nederlanders hadden naast de Statenbijbel en het werk van vader Cats een ‘Abraham de aartsvader’ in de boekenkast staan. Hoogvliet was zo beroemd dat op de dag van zijn begrafenis, in Vlaardingen de klokken twee uur lang werden geluid en velen op de been waren om hem de laatste eer te bewijzen. Een nationale held was heengegaan.
Joannes Badon (1706-1790)