Om de bereikbaarheid van de Rotterdamse regio te optimaliseren zijn investeringen nodig in snelwegen. Eén van de investeringen die onderzocht wordt, is een nieuwe Westelijke oeververbinding (NWO). Een nieuwe route om de A15 Maasvlakte/Mainport Rotterdam te verbinden met de A20 Westland/Vlaardingen-Schiedam. In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu worden door de projectorganisatie NWO twee alternatieven onderzocht: een Oranjetunnel en een Blankenburgtunnel.
In opdracht van het ministerie heeft de projectorganisatie NWO in het voorjaar van 2011 een participatietraject georganiseerd met bewoners, bedrijven, bestuurders en belangenorganisaties. In de zomer heeft minister Schultz van Haegen opdracht gegeven vijf varianten voor de NWO verder te onderzoeken. Deze vijf ontwerpvarianten staan ingetekend op de onderstaande kaartbeelden en in haar brief staat hoe de minister is gekomen tot deze vijf varianten.

ontwerpvarianten Blankenburgtunnel ontwerpvarianten Oranjetunnel
‘Horrorvariant’ moet van tafel
Bestuurders van de regiogemeenten hebben kritiek op het besluitvormingsproces (bekijk ook de flyer). Zij vinden het onacceptabel dat de variant voor een snelweg dwars door de groene Aalkeetpolders tussen Vlaardingen en Maassluis nog steeds in studie is bij Rijkswaterstaat. In juni 2011 hebben bestuurders van diverse gemeenten op zowel de noord- als zuidoever van de Nieuwe Waterweg aangegeven dat er geen draagvlak bestaat voor een korte Blankenburgtunnel dwars door het honderden jaren oude open veenweidenlandschap in het laatste stukje ongerept buitengebied in de Rijnmondregio. In 2005 sprak Provinciale Staten zich ook al uit tegen deze variant, net als Stadsregio Rotterdam begin 2010. Toch besloot minister Schultz van Haegen afgelopen zomer deze zogenaamde ‘horrorvariant’ in studie te houden.
Vlaardingen is voor Oranjetunnel
De gemeenten Vlaardingen, Maassluis, Midden-Delfland, Schiedam en deelgemeente Hoek van Holland trekken gezamenlijk op in het traject tot de voorkeursbeslissing over de NWO. Samen pleiten zij voor een Oranjetunnelvariant die, in tegenstelling tot een Blankenburgtunnel, niet de waardevolle natuur en cultuurhistorie van het Midden-Delfland aantast. De gemeenten zijn van mening dat een goed ontsloten Oranjetunnel in combinatie met de –nu nog ongebruikte– spitsstrook in de Beneluxtunnel en een verbrede Veilingroute een robuust alternatief is dat aantasting van het waardevolle Midden-Delfland voorkomt. Dit alternatief vermindert de verkeersdruk op de noordoever op de A4 Noord, de A20, bij Vijfsluizen en het Kethelplein en op de zuidoever op de A15 en richting N57/Harmsenbrug. Kortom, de Oranjetunnel leidt tot een betere en evenwichtiger spreiding van het verkeer op de Rotterdamse Ruit. De regiogemeenten zien een Blankenburgtunnel slechts als bypass voor de Beneluxtunnel, een lapmiddel dat de knelpunten en tunneldrukte alleen maar verplaatst.
Scope verbreden
Dat de minister voor de NWO-studie alleen verkeerskundige doelstellingen heeft geformuleerd betreuren de regiogemeenten. Door deze beperkte onderzoeksscope én de gejaagde verkenningsfase dreigt de unieke en kostbare groene ruimte van het Midden-Delfland wederom slachtoffer te worden. De gemeenten pleiten voor een integrale vergelijking en afweging van de alternatieven op zowel verkeerskundige, als ruimtelijke en economische functies (lees de brief aan de minister en het persbericht van 9 februari 2011). Om daarmee te komen tot een NWO-variant die de Metropoolregio de beste return on investment biedt.
Planning
Dit najaar neemt minister Schultz van Haegen een voorkeursbesluit over de nieuwe oeververbinding en wordt één voorkeursalternatief nader uitgewerkt in de Ontwerp-Rijksstructuurvisie en de Plan-MER. Deze documenten liggen volgens planning van het ministerie van Infrastructuur en Milieu in februari 2012 zes weken ter inzage om zienswijzen in te dienen. Hierna wordt de Rijksstructuurvisie behandeld in de Tweede en Eerste Kamer en vastgesteld. Vervolgens wordt voor het zogenaamde voorkeursalternatief de tracéwetprocedure doorlopen. Nadat het tracébesluit is genomen, kan gestart worden met de uitvoering. Het ministerie houdt hiervoor als planning aan: 2015 start realisatie en 2020 openstelling van de nieuwe tunnel.
Meer informatie
Kijk voor meer informatie op www.projectnwo.nl (o.a.: nieuwsbrieven, documenten en verslagen en filmpjes van informatieavonden, meedenksessies en werkateliers).
Toelichting bij 5 ontwerpvarianten
Varianten Oranjetunnel
Voor de Oranjeverbinding worden twee varianten uitgewerkt, die beide de A15 met de A20 verbinden met een korte Oranjetunnel. Beide varianten liggen ten oosten van het Oranjekanaal. Op de noordoever verschillen de twee varianten:
-
Variant 1 is een vrijliggende weg tussen de tunnelmond en de A20 die alleen een aansluiting heeft ter hoogte van Westerlee. Deze variant gaat over de bestaande wegen heen.
-
Variant 2 is een verbinding die wordt geïntegreerd met de Hoekse Baan en een extra aansluiting heeft op deze nieuwe ontsluitingsweg naar Hoek van Holland. Deze variant ligt grotendeels op maaiveld, kruist de Maasdijk op dijkhoogte en passeert de nog aan te leggen turborotonde van het 3-in-1 project.
Varianten Blankenburgtunnel
Voor de Blankenburgverbinding worden drie varianten uitgewerkt, die allen de A15 met de A20 verbinden met een Blankenburgtunnel. De verschillen tussen de varianten bevinden zich in het gebied tussen Vlaardingen en Maassluis.
-
Variant 1 (‘horrorvariant’) kiest de kortste verbinding tussen de A15 en de A20 en blijft grotendeels op maaiveld. De weg gaat over het spoor heen en zal op een nog nader te bepalen wijze de Zuidbuurt kruisen.
-
Variant 2 (‘Krabbeplasvariant’)volgt een tracé langs de rand van het slagenlandschap aan de westoever van de Krabbeplas. In het onderzoek wordt gekeken naar maaiveldligging en verdiepte ligging ter plaatse van het spoor en de Zuidbuurt.
-
Variant 3 (‘stadsrandvariant’) volgt een oostelijker tracé, eerst langs de Vlaardingsedijk, dan halfverdiept noordwaarts in het gebied tussen de Krabbeplas en Vlaardingen.
Bij varianten 2 en 3 is een aansluiting op het onderliggend wegennet van Vlaardingen mogelijk.