| Overheidsorganisatie: | gemeente Vlaardingen |
|---|---|
| Officiële naam van de regeling: | Beleidsregels voor het innemen van ligplaats door tankschepen bij Scheepsreparatiebedrijven |
| Citeertitel: | Beleidsregels voor het innemen van ligplaats door tankschepen bij Scheepsreparatiebedrijven |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld): | |
| Besloten door: | college van burgemeester en wethouders |
| Onderwerp: | ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer |
Lokale wetgeving
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht t/m | Betreft | Ontstaansbron / Inwerkingtreding: Datum ondertekening; bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 26-11-1999 | nieuwe regeling | 09-11-1999 Gemeenteblad,
1999, 13. 25-11-1999. |
DCO/2006/46841
|
| Beleidsregels voor het innemen van ligplaats door tankschepen bij Scheepsreparatiebedrijven | + |
- De ligplaats moet nautisch en operationeel voldoende veiligheid bieden. Daarbij moet te allen tijde aan boord van het tankschip voldoende bemanningsleden aanwezig zijn die in staat zijn om het schip onmiddellijk te kunnen verhalen (zie HV 1998, artikel 2.3).
- De ladingtanks van het tankschip moeten voldoen aan het volgende:
1. leeg en gasvrij (normen i.o.m. het Arbeidsomstandighedenreglement) en / of
2. leeg en geinertiseerd (normen SOLAS of Arbeidsomstandighedenreglement) en / of
3. geheel of gedeeltelijk gevuld met water waarbij zich op het water geen brandbare of giftige stoffen bevonden en / of
4. geheel of gedeeltelijk gevuld met restanten of mengsels van schadelijke vloeistoffen (stops) voor zover deze restanten of mengsels loosbaar zijn op zee en de ruimte boven de restanten of mengsels gasvrij is danwel is opgevuld met inertgas en / of
5. geheel of gedeeltelijk gevuld zijn met gevaarlijke stoffen waarvan het vlampunt ten minste
15 graden Celsius hoger is dan de hoogst mogelijke omgevingstemperatuur gedurende de gehele (verwachte) periode dat het tankschip buiten een petroleumhaven ligt;
6. indien het een gastanker met druktanks betreft, die leeg danwel vrij leeg zijn, moet de conditie van de ladingtanks ruim boven de bovenste explosiegrens worden gehouden (‘overrijke conditie’); in deze conditie mag het zuurstofpercentage in de tank niet hoger zijn dan 2 vol.%.
De condities genoemd onder 1 t/m 4 alsmede bij de hierna genoemde specifieke criteria moeten dagelijks worden gecontroleerd door een erkend gasdeskundige; de condities genoemd onder 5 en 6 tweemaal daags. De meetgegevens moeten, na meting, door een gasdeskundige onmiddellijk worden doorgegeven aan de afdeling Schadelijke en Gevaarlijke Stoffen (SGS) van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam. De kennisgeving mag geschieden per telefoon (010- 425 1455) of marifoon (kanaal 14).
N.B. Andere ruimten dan de ladingtanks van een tankschip, die liggen binnen de ladingzone van dat schip, zoals kofferdammen, zijtanks en dubbele bodemtanks, moeten schoon, droog en gasvrij zijn danwel, indien zij (gedeeltelijk) gevuld zijn mogen zich daar geen brandbare vloeistoffen met een vlampunt van lager dan 61 graden Celsius of giftige vloeistoffen bevinden.- De ligplaats moet nautisch en operationeel voldoende veiligheid bieden. Daarbij moet te allen tijde aan boord van het tankschip voldoende bemanningsleden aanwezig zijn die in staat zijn om het schip onmiddellijk te kunnen verhalen (zie HV 1998, artikel 2.3).
- De ladingtanks van het tankschip moeten voldoen aan het volgende:
1. leeg en gasvrij (normen i.o.m. het Arbeidsomstandighedenreglement) en / of
2. leeg en geinertiseerd (normen SOLAS of Arbeidsomstandighedenreglement) en / of
3. geheel of gedeeltelijk gevuld met water waarbij zich op het water geen brandbare of giftige stoffen bevonden en / of
4. geheel of gedeeltelijk gevuld met restanten of mengsels van schadelijke vloeistoffen (stops) voor zover deze restanten of mengsels loosbaar zijn op zee en de ruimte boven de restanten of mengsels gasvrij is danwel is opgevuld met inertgas en / of
5. geheel of gedeeltelijk gevuld zijn met gevaarlijke stoffen waarvan het vlampunt ten minste
15 graden Celsius hoger is dan de hoogst mogelijke omgevingstemperatuur gedurende de gehele (verwachte) periode dat het tankschip buiten een petroleumhaven ligt;
6. indien het een gastanker met druktanks betreft, die leeg danwel vrij leeg zijn, moet de conditie van de ladingtanks ruim boven de bovenste explosiegrens worden gehouden (‘overrijke conditie’); in deze conditie mag het zuurstofpercentage in de tank niet hoger zijn dan 2 vol.%.
De condities genoemd onder 1 t/m 4 alsmede bij de hierna genoemde specifieke criteria moeten dagelijks worden gecontroleerd door een erkend gasdeskundige; de condities genoemd onder 5 en 6 tweemaal daags. De meetgegevens moeten, na meting, door een gasdeskundige onmiddellijk worden doorgegeven aan de afdeling Schadelijke en Gevaarlijke Stoffen (SGS) van het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam. De kennisgeving mag geschieden per telefoon (010- 425 1455) of marifoon (kanaal 14).
N.B. Andere ruimten dan de ladingtanks van een tankschip, die liggen binnen de ladingzone van dat schip, zoals kofferdammen, zijtanks en dubbele bodemtanks, moeten schoon, droog en gasvrij zijn danwel, indien zij (gedeeltelijk) gevuld zijn mogen zich daar geen brandbare vloeistoffen met een vlampunt van lager dan 61 graden Celsius of giftige vloeistoffen bevinden.