| Overheidsorganisatie: | gemeente Vlaardingen |
|---|---|
| Officiële naam van de regeling: | Beleidsregels gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats |
| Citeertitel: | Beleidsregels gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats gemeente Vlaardingen |
| Deze versie is geldig tot (als de vervaldatum is vastgesteld): | |
| Besloten door: | college van burgemeester en wethouders |
| Onderwerp: | ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer |
Nationale wetgeving
| Datum inwerkingtreding | Terugwerkende kracht t/m | Betreft | Ontstaansbron / Inwerkingtreding: Datum ondertekening; bron bekendmaking | Kenmerk voorstel |
|---|---|---|---|---|
| 28-05-2008 | nieuwe regeling | 20-05-2008 Gemeenteblad,
2008, 20. 27-5-2008. |
VLD/2008/24289
|
| Beleidsregels gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats | + |
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a. RW 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990;
b. wet: Wegenverkeerswet 1994;
c. motorvoertuigen:
alle gemotoriseerde voertuigen behalve bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen, bestemd om anders dan langs rails te worden voortbewogen;
d. gehandicaptenvoertuigen: voertuig dat is ingericht voor het vervoer van een gehandicapte, niet breder is dan 1,10 meter en niet is uitgerust met een motor, dan wel is uitgerust met een motor waarvan de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer dan 45 km per uur bedraagt, en geen bromfiets is;
e. parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen;
f. gehandicaptenparkeerplaats:
parkeerplaats aangeduid met bord E6 uit bijlage 1 van het RW 1990 waar uitsluitend mag worden geparkeerd door:
a. een gehandicaptenvoertuig
b. een motorvoertuig op meer dan twee wielen waarin een geldige gehandicaptenparkeerkaart duidelijk zichtbaar is aangebracht of
c. indien de gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd voor een bepaald voertuig, dat voertuig;
g. bestuurder:
degene die het motorvoertuig of gehandicaptenvoertuig bestuurt;
h. GGD:
Gemeentelijke Gezondheidsdienst;
i. het college:
het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Vlaardingen.
1. Passagiers van een motorvoertuig op meer dan twee wielen of een gehandicaptenvoertuig komen
in beginsel niet in aanmerking voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats.
2. Het college kan besluiten een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats toe te wijzen indien:
a. de passagier in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart waaruit blijkt dat —door onafhankelijk medisch onderzoek door de GGD- is vastgesteld dat hij ten gevolge van een aandoening of gebrek een aantoonbare loopbeperking heeft van langdurige aard, waardoor hij — met gebruikelijke Ioophulpmiddelen — in redelijkheid niet in staat is zelfstandig een afstand van meer dan 100 meter aan een stuk te voet te overbruggen;
b. het uit oogpunt van verkeersveiligheid en de doorstroming van verkeer niet mogelijk is dat de bestuurder van het motorvoertuig in de directe omgeving van de woning van de gehandicapte passagier stopt om deze te ondersteunen bij het in- en uitstappen en zo nodig te begeleiden naar zijn woning.
1. Een aanvraag voor een gereserveerde gehandicapten parkeerplaats dient schriftelijk (niet per
email) te worden ingediend bij het college.
2. De aanvrager dient een hiervoor bestemd aanvraagformulier in te vullen. Dit formulier dient
volledig ingevuld te zijn en voorzien van een handtekening van de aanvrager.
3. Bij het aanvraagformulier dienen de volgende gegevens te worden overlegd:
a. kopie geldig rijbewijs;
b. kentekenhouderschap/kentekenbewijs. Bij lease-auto: schriftelijke verklaring van werkgever dat aanvrager gebruik maakt van de betreffende auto;
c. kopie gehandicaptenparkeerkaart B of kopie gehandicaptenparkeerkaart P met kopie keuringsrapport GGD waaruit blijkt dat permanente hulp van bestuurder nodig is;
d. een kopie recent koop/huurcontract (niet ouder dan drie maanden); wanneer de aanvrager korter dan drie maanden is ingeschreven in de Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Vlaardingen.
4. Het college kan nadere regels stellen over de inhoud, vorm en wijze van indienen van de aanvraag
en de benodigde gegevens zoals bedoeld in lid 3.
5. Indien de aanvraag niet voldoet aan de bij of krachtens artikel 2 en 3 gestelde eisen, stelt het
college binnen 3 weken na ontvangst van de aanvraag de aanvrager in de gelegenheid deze binnen 3 weken aan te vullen of te verbeteren.
6. Het college kan besluiten de aanvraag niet te behandelen indien de aanvrager niet binnen de in lid
5 genoemde termijn de aanvraag heeft aangevuld of verbeterd.
Het college wijst een aanvraag voor het aanleggen van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats in ieder geval af indien:
a. de aanvrager niet in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart;
b. de aanvrager op eigen terrein, als bedoeld in artikel 3.6 van deze regeling, adequaat kan
parkeren;
c. uit verkeerstechnisch onderzoek is komen vast te staan dat de parkeerdruk dusdanig is dat aanvrager binnen een straal van 100 meter van zijn woning kan parkeren.
Het college kan het besluit tot het aanleggen van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats in ieder geval intrekken:
a. indien degene aan wie de parkeerplaats is toegewezen verhuisd is;
b. indien degene aan wie de parkeerplaats is toegewezen niet meer in het bezit van een auto is;
c. na overlijden van degene aan wie de parkeerplaats is toegewezen;
d. indien de parkeerplaats is toegewezen op grond van door de aanvrager onjuist verschafte gegevens en de parkeerplaats niet zou zijn toegewezen indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest;
e. indien degene aan wie de parkeerplaats is toegewezen niet meer voldoet aan de gestelde medische criteria en daardoor geen recht meer heeft op een gehandicaptenparkeerkaart.
Indien een aanvrager over een parkeerplaats op eigen terrein beschikt, komt deze niet in aanmerking voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats.
Onder een parkeerplaats op eigen terrein wordt verstaan:
a. een parkeerplaats op eigen terrein of in een garage waarover de aanvrager kan beschikken op grond van eigendom, erfpacht, huur, ingebruikgeving of anderszins aan de aanvrager;
b. een parkeerplaats — koop of huur — op het terrein of in de garage van een complex waarvan in de bouwvergunning, de huur- of koopovereenkomst of de erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat deze bedoeld is als parkeergelegenheid voor het adres van de aanvrager;
1. Het aanleggen van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats geschiedt door middel van het nemen van een verkeersbesluit, zoals genoemd in artikel 18 van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer.
2. Een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats wordt gerealiseerd door plaatsing van bord E6 van bijlage 1 van het RW 1990 met onderbord waarop het kenteken staat vermeld van het motorvoertuig van de aanvrager of, ingeval van passagier, van de huisgenoot van de aanvrager. Het parkeervak wordt gemarkeerd met een kruis.
1. Deze beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie.
2. De beleidsregels d.d. 28 mei 1985 worden ingetrokken.