Artikel 1. Kring van rechthebbenden
Garanties worden slechts verstrekt aan niet-commerciële organisaties of instellingen met rechtspersoonlijkheid naar burgerlijk recht die niet streven naar winst. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de algemene subsidieverordening gemeente Vlaardingen. Ook aan een niet- commerciële instelling die nauw is gelieerd aan een commerciële instelling met dezelfde of vergelijkbare activiteiten, wordt in beginsel geen garantie verleend. Hiermee wordt voorkomen dat indirect garant wordt gestaan voor de gelieerde commerciële instelling.
Ingevolge de geldende wetgeving mag een gemeentegarantie slechts worden verleend indien aantoonbaar is dat dit past binnen de uitoefening van de publieke taak. In deze beleidsregels vindt de publieke taak van de gemeente Vlaardingen met betrekking tot garanties haar kaders en grenzen in de gemeentebegroting (waarbij met name de programmabegroting van belang is m.b.t. de afbakening van de publieke taak), de begrotingswijzigingen, (financiële) verordeningen en beleidsnota’s als vastgesteld door de gemeenteraad.
De organisatie of instelling mag geen besloten karakter hebben en niet zijn gericht op het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard.
Artikel 2. Inhoudelijke criteria
De middels de gemeentegarantie te financieren zaken moeten passen binnen en bijdragen aan het gemeentelijke beleid en het openbaar belang. De gemeenteraad geeft door middel van de vaststelling van de programmabegroting, de begrotingswijzigingen, (financiële) verordeningen en beleidsnota’s de grenzen/kaders aan van de publieke taak. Een garantie wordt slechts verstrekt voor het creëren van nieuwe of handhaven van maatschappelijk gewenste activiteiten die niet concurrerend zijn met reeds aanwezige voorzieningen en die passen binnen/vallen onder de publieke taak van de gemeente Vlaardingen. Dit betekent dat een gemeentegarantie niet wordt verleend indien in de door de aanvrager middels de garantie beoogde zaken of activiteiten al op andere wijze in belangrijke mate is voorzien.
Het garantiebeleid is er onder andere op gericht de financiële risico’s van de gemeente zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat uitgangspunt is dat in beginsel geen garanties worden verleend, tenzij zonder gemeentegarantie het voortbestaan van de aanvrager in het geding is. Om voor een garantie in aanmerking te komen moeten de middels de gemeentegarantie te financieren zaken essentieel zijn voor het voortbestaan of het in voldoende mate kunnen functioneren van de aanvrager. De aanvrager dient aan te tonen zonder gemeentegarantie geen geldlening te verkrijgen. De aanvrager dient allereerst gebruik te maken van eigen middelen, eventuele subsidiegelden en middelen van derden alvorens een garantie zal worden verleend.
Artikel 2 lid 4 bepaald dat de aanvrager de gemeente, ter meerdere zekerheid, een hypotheek- of pandrecht dient te verlenen. Een garantie wordt niet verleend indien de te financieren (on)roerende zaak niet voldoende zekerheid biedt voor verhaal van rente en aflossing van de te verstrekken garantie. Dit betekent dat in beginsel door de gemeente m.b.t. een onroerende zaak een recht van eerste hypotheek zal worden verlangd.
Artikel 3. Waarborgfonds
In het geval door de aanvrager voor de garantie een beroep kan worden gedaan op een waarborgfonds wordt door de gemeente geen garantie verstrekt. De gemeente kan eventueel wel een zogenaamde achtervangfunctie hebben. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De directe financieringsrisico’s zijn dan voor het betreffende waarborgfonds.
In het geval het betreffende waarborgfonds niet garant wil staan voor de aan te trekken geldlening en de aanvraag afwijst zal ook de gemeente geen garantie verlenen. Dit tenzij de reden voor afwijzing is dat de aanvraag (deels) niet onder de reikwijdte van het betreffende waarborgfonds valt en het waarborgfonds om die reden geen garantie kan verlenen (een deel van) de aan te trekken geldlening. Dit is bijvoorbeeld het geval indien een garantie gevraagd word voor een activiteit die niet valt onder de reikwijdte van het betreffende waarborgfonds maar ook bijvoorbeeld indien het betreffende waarborgfonds een maximaal bedrag heeft waarvoor het zich per afzonderlijk project garant kan stellen.
Specifiek met betrekking tot de Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) geldt dat zij slechts garant staat voor maximaal 50% van de door de aanvrager aan te trekken geldlening. Zonder medewerking van de gemeente is het voor de aanvrager derhalve niet mogelijk een voor 100% gegarandeerde geldlening te verkrijgen. In artikel 3 lid 3 is om die reden bepaald dat in het geval van sport de gemeente garant staat als a: de SWS de aanvrager een garantie zal verlenen en b:
de aanvrager aan alle (overige) gemeentelijke garantievoorwaarden voldoet. De gemeente zoekt, naast de gemeentelijke garantievoorwaarden, tevens aansluiting bij de garantievoorwaarden van de SWS. Te denken valt hierbij aan aanvullende vereisten van de SWS als bijvoorbeeld een sporttechnische keuring.
Artikel 4. Financiële criteria
In het Treasurystatuut is bepaald dat garantieverlening uit hoofde van de publieke taak uitsluitend plaatsvindt nadat de gemeenteraad op zorgvuldige wijze geïnformeerd is over de financiële positie van de krediet- of garantie-ontvangende partij. In de verordening artikel 212 Gemeentewet is inmiddels bepaald dat het college de raad in ieder geval informeert en pas een besluit neemt nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen als bedoeld in artikel 169 lid 4 Gemeentewet, voor zover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake waarborgen en garanties groter dan 200.000 euro.
Artikel 5. De aanvraag tot garantieverlening
Afdeling 4.1.1. van de Awb, bepalingen omtrent ‘de aanvraag’, is van overeenkomstige toepassing.
In lid 5 is een aantal weigeringsgronden aangegeven. Deze weigeringsgronden zijn niet limitatief. Er kunnen andere gronden zijn die naar de mening van burgemeester en wethouders een weigering rechtvaardigen.
Artikel 6. Looptijd en hoogte van de geldlening
Artikel 7 en 8. Algemene verplichtingen (van de aanvrager)
In artikel 7 lid 1 is voor het object waarvoor de garantie is verstrekt een verzekeringsplicht opgenomen voor de aanvrager. De aanvrager dient de betreffende (on)roerende zaak onder meer te verzekeren tegen schade, verlies en diefstal. Dit betreft in ieder geval een verplichte verzekering tegen brand- en stormschade, maar ook iedere andere geëigende verzekering ter dekking van voormelde risico’s. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld (i.g.v. een roerende zaak) aan een verzekering ter dekking van transportschade.
Artikel 9. informatieverplichtingen (van de aanvrager)
De aanvrager dient terstond aan burgemeester en wethouders die inlichtingen te verstrekken, waarvan zij redelijkerwijs mag verwachten dat die van belang zijn voor de garantstelling. Dit betekent mede dat de aanvrager verplicht is het college tijdig te informeren in het geval sprake is van een (te verwachten) betalingsachterstand bij de kredietverstrekker.
Artikel 10. lnstemmingverplichting
De aanvrager dient expliciet akkoord te gaan met de voorwaarden als opgenomen in deze beleidsregels alsmede met eventueel door het college op grond van artikel 13 gestelde aanvullende of specifieke regels of voorwaarden. Met de aanvrager zal hiertoe een garantieovereenkomst worden aangegaan.
Artikel 11. Kosten en risicovergoeding
Alle kosten die voortvloeien uit de garantieverlening door de gemeente zijn voor rekening van de aanvrager. Te denken valt hierbij aan de kosten in verband met het verlenen van een hypotheek of pand, maar ook aan bijvoorbeeld de accountantskosten die voortvloeien uit de controlevoorschriften na garantieverstrekking waar de aanvrager aan dient te voldoen. Voor het verlenen van de garantie zal een risicovergoeding in rekening worden gebracht. Deze risicovergoeding is in het geval van volkshuisvestingsprojecten door de raad bij besluit van 1 december 1993 vooralsnog bepaald op 0,75% van de hoofdsom van de lening bij (her)financiering ten behoeve van nieuwbouw en ten behoeve van eerste aankoop van onroerende danwel roerende zaken en 0,50% van de hoofdsom van de lening bij (her)financiering ten behoeve van verbetering van onroerende zaken en ten behoeve van vervanging roerende zaken.
In het geval van gemeentegaranties voor aan te gane geldleningen ter financiering van alle andere aan te gane vaste geldleningen ter financiering van alle andere projecten dan volkshuisvestingsprojecten is door de raad bij besluit van 20 februari 1996 vooralsnog een risicovergoeding bepaald ter grootte van 0,75% van de hoofdsom van de lening bij (her)financiering van ten behoeve van de eerste aankoop van onroerende danwel roerende zaken en 0,50% van de hoofdsom van de lening bij (her)financiering ten behoeve van verbetering van onroerende zaken en ten behoeve van vervanging van roerende zaken.
Artikel 12. Terugbetaling in het geval van door de gemeente uit hoofde van de garantstelling verrichte betalingen.
Artikel 13. Slotbepaling
Het college is bevoegd om, naast de in deze beleidsregels opgenomen voorwaarden, nadere regels te stellen van aanvullende of specifieke aard. Deze bepaling biedt het college de mogelijkheid om in het individuele geval, indien het college dit noodzakelijk acht, nadere regels of voorwaarden te stellen. In het geval door het college aanvullende regels of voorwaarden worden gesteld zullen deze voorwaarden worden opgenomen in de met de aanvrager aan te gane garantieovereenkomst.