Naar aanleiding van de ernstige wateroverlast in 1997 heeft de regering bepaald dat Nederland beter moet worden beschermd tegen overstromingen als gevolg van onder meer hevige neerslag. Er moet meer ruimte komen voor water en afwenteling van problemen moet worden voorkomen.
In eerste instantie zou er 40 hectare extra water nodig zijn. Zo'n plas hebben we ingetekend op een luchtfoto van het centrum: een plas van de Markt tot voorbij De Kulk.Uitgangspunt bij alle maatregelen is het principe van vasthouden, bergen en afvoeren. Dit betekent dat overal waar dat kan het hemelwater zo lang mogelijk moet worden vastgehouden in het oppervlaktewater. Als dat niet meer kan, dan moet het tijdelijk worden opgeslagen in bijvoorbeeld bergingsvoorzieningen. Pas als dat ook niet meer kan, mag het worden geloosd op grotere wateren zoals de Vlaardingse Vaart, een van de zes boezemwateren in het Hoogheemraadschap Delfland.
In de waterplannen die de gemeenten opstellen in samenspraak met de waterschappen, wordt per gemeente berekend hoeveel extra ruimte er moet komen voor water. Dit heet de “wateropgave”. Voor Vlaardingen was deze in eerste instantie berekend op ca. 40 hectare nieuw water. Dat is een oppervlakte ter grootte van ongeveer het hele stadhart. Daarom is in Vlaardingen gekeken naar aanvullende oplossingen om wateroverlast tegen te gaan: schoon water direct naar de Nieuwe Maas pompen en afkoppelen.
Oplossing 1: schoon water direct wegOmdat Vlaardingen zo dicht bij zee ligt en beschikt over een goed singelbemalingssysteem, was de gemeente van mening dat het lozen van schoon water op de Nieuwe Maas vrijwel de enige oplossing is. Door rechtstreeks te lozen op de Nieuwe Maas, in plaats van op de Vlaardingse Vaart, wordt voorkomen dat regenwater dat in Vlaardingen valt, op een andere plek tot overlast leidt.
Oplossing 2: afkoppelenDe belangrijkste maatregel om wateroverlast in Vlaardingen te voorkomen is het zogenaamde afkoppelen: het scheiden van de stromen afvalwater en regenwater. Op deze duurzame maatregel zet Vlaardingen de komende jaren in. Bij ophogings- en herstructureringsprojecten worden aparte buizen aangelegd voor vuil huishoudelijk afvalwater en schoon regenwater van daken en straten. Het regenwater wordt zo snel mogelijk afgevoerd naar een dichtbijgelegen singel.
Maar, omdat het water snel wordt afgevoerd, moet er voldoende ruimte in de singel zijn om dat water op te vangen. Want ook de singels mogen bij extreme neerslag natuurlijk geen overlast geven.
Met Delfland is afgesproken dat bij extreme buien het maaiveld slechts één keer in de 100 jaar mag onderlopen. Technisch gezien mag het waterpeil in de singel eens per 10 jaar maximaal 20 cm stijgen en een keer in de 100 jaar 50 cm. Door het afkoppelen wordt de wateropgave dus in eerste instantie groter, maar door het lozen op de Nieuwe Maas blijft dit beperkt tot ca. 13 hectare waterberging. Pas als dit is gerealiseerd voldoet het watersysteem in Vlaardingen aan de criteria.

Langs het tracé van Tramplus in Holy is een flinke waterpartij gegraven.
Oplossing 3: extra waterbergingTijdens het opstellen van het Waterplan zijn er, tegelijk met de uitvoering van andere werken, al werkzaamheden verricht om het oppervlaktewater in Vlaardingen uit te breiden. Zo is langs het tracé van Tramplus in Holy een flinke waterpartij gegraven met zogenaamde natuurvriendelijke oevers. Ook langs het Marnixplantsoen en Marathonweg zijn brede waterpartijen gekomen. Verder wordt bij de ontwikkeling van Triade in Holy en Babberspolder-Oost het water uitgebreid.
Er is dus al veel water extra gegraven, maar er moet nog meer bijkomen. Het graven van water moet gelijk opgaan met het afkoppelen van de riolering. In het Waterplan is een kaart opgenomen van locaties waar de hoeveelheid oppervlaktewater mogelijk kan worden uitgebreid. Niet alleen door nieuw water te graven, maar ook bijvoorbeeld door de aanleg van natuurvriendelijke oevers.
Bij natuurvriendelijke oevers wordt de harde, steile beschoeiing verwijderd en worden de oevers heel flauw hellend gemaakt (1:10). De oever wordt vervolgens ingericht met plantensoorten die goed kunnen leven met wisselende waterstanden. Hierdoor verbetert de kwaliteit van het water en dat is plezierig voor flora en fauna. Bijkomend voordeel van deze oevers is dat bij het stijgen van het water snel een groot oppervlak ontstaat, waar veel meer water in kan.