
Knotwilgen langs de Holyweg
In het bekende sfeertje van het Hollandse landschap met watermolens, Koeien, Kieviten en klompen behoren ook de Knotwilgen. In en om Vlaardingen kunnen we deze fraaie bomen gelukkig nog steeds veel zien. Met hun vaak kromme en gescheurde stammen hangen ze nogal eens half over de sloot en de “knot” waaruit de takken ontspruiten kan de meest vreemde, grillige vormen aannemen.
Groeiwijze
Knotwilgen groeien van nature niet op de manier waarop wij ze kennen. Het zijn de producten van menselijk handelen. De Schietwilg, zoals de boom officieel heet, is een inheemse boomsoort die in de vochtiger delen van ons land van nature voorkomt.

Schietwilg aan de Wilgendreef
Het is een harde groeier met zeer buigzame takken. Met deze eigenschappen is de boom fantastisch uitgerust om te overleven in ons kale en winderige polderlandschap. Om als normale boom te overleven heeft de Schietwilg wel een wortelgestel nodig dat stevig verankerd kan worden want de boom kan tot twintig meter hoog worden. De mens ontdekte duizenden jaren geleden al dat het taaie wilgenhout voor allerlei doeleinden goed bruikbaar was. Al vroeg begonnen boeren wilgen op voor hen aantrekkelijke lengte af te toppen, om op deze wijze mooie rechte staken van gewenste dikte te krijgen. De Knotwilg was geboren!
Hoe maak je een Knotwilg
Als tuinmannen hebben wij ruime ervaring opgedaan met Knotwilgen. Samen met een aantal collega’s hebben wij in de winters rond 1980 eigenhandig de Knotwilgen aan de Woudweg, Breeweg en de Holyweg gepoot. Hiervoor zaagden wij stekken van in de buurt aanwezige Schietwilgen. Er stonden (en staan!) er veel achter begraafplaats Holy. Die stekken waren circa vier jaar oude scheuten.

Vierjarige stek
Deze hebben we op ongeveer drie meter gekort en vervolgens hebben we langs de genoemde wegen gaten van een meter diepte geboord. Hierna hebben we op de onderste meter bast met een handzaagje plaatselijk beschadigingen gemaakt om het vormen van wondweefsel te stimuleren. Op dit wondweefsel (callusweefsel) vormde de stek gemakkelijk wortels.
Daarna hebben we de stekken uitgesnoeid. Zo, dat er ongeveer drie tot vijf kleine twijgjes in een krans (toekomstige knot) aan bleven zitten. Net genoeg om in het voorjaar direct enig blad te kunnen vormen. Meer takken laten zitten zou niet verstandig zijn geweest want dan zou de stek meer vocht verdampen dan dat hij aanvankelijk op kon nemen. Dat had dan de dood van de wilgen betekend.
Onderhoud van jonge Knotwilgen
De eerste twee jaar is het enige onderhoud alle jonge twijgen die op de stam onder de knot groeien weg knippen. Twee tot drie keer per jaar is voldoende. Het derde jaar moet er ’s winters (als het blad van de bomen is) geknot worden. Het is verstandig om de takken niet te kort weg te zagen want de slapende knoppen waaruit de nieuwe takken groeien zitten juist op deze takken. Hierdoor krijg je het vierde jaar meteen een hele “borstel” van takken en begint de knot zijn vorm te krijgen.
Daarna is ’s winters knotten om de drie tot vier jaar noodzakelijk om de boom in stand te houden. Vaak is om de drie jaar het makkelijkst omdat in het vierde jaar de takken erg groot en zwaar kunnen worden. Als u een Knotwilg in uw eigen tuin heeft die niet al te fors mag worden dan raden wij aan om jaarlijks ’s zomers alle lastige takken al weg te halen. Door deze actie neem je gelijk al een deel van de kracht van de boom weg waardoor hij het volgend jaar minder hard zal groeien. Maar: niet meer dan circa 20 % weg zagen. Verder onderhoud bestaat er dan uit, elke winter een aantal van de zwaarste takken weg te zagen en een groot gedeelte van de kleinere te laten zitten. Op deze wijze blijft de boom een Knotwilg en wordt de groei voldoende geremd.
Opvallende bewoners

Na jaren knotten ontstaan er allerlei holtes en nestruimtes
Er zijn verschillende methoden om te knotten. Met een kettingzaag kun je vlak langs de uitgegroeide knot zagen. Dan wordt de knot wat ronder en blijft kleiner. Wij hanteren bij voorkeur een andere methode om fraaie ruig uitziende knotten te krijgen. We laten de takken tot korte stompjes van circa 10 cm afzagen. Hierdoor worden de knotten breder waardoor Wilde eenden er graag in gaan broeden en Bosmuizen er hun nest in maken. Ook Dwergmuizen bezoeken de boom graag. De dode blad- en takresten die binnenin in de knot blijven liggen gaan onder invloed van het hierin aanwezige salicylzuur (bekend van de aspirientjes) niet rotten maar verzuren.

Boomaarde in knotwilg
Hierdoor ontstaat de bruine venige molm die vroeger wel boomaarde werd genoemd en tot in de 1950-er jaren door een aantal Vlaardingers als potgrond gebruikt werd. In deze boomaarde kiemen allerlei wilde planten; soms zelfs planten die nergens anders in de regio voorkomen. Varens, met name de Eikvarens, zijn daar een goed voorbeeld van.

Eikvaren
In het Holypark staat een knotwilg met deze plantensoort in de knot. De Rhoonse Grienden zijn zelfs bekend om hun vele Eik- en andere varens in de knotten van de wilgen!
Andere bewoners
Knotwilgen bieden enorm veel andere organismen een leefmilieu aan. Er zijn veel insectensoorten die van de bladeren eten, zoals Wilgenhaantjes, rupsen van veel nachtvlindersoorten, galvormende mijtensoorten, onder andere de Schietwilgbladrandmijt en de in bijna elke Knotwilg aanwezige gallen van de Gewone blaasbladwesp.

Schietwilgbladrandmijt

Gewone blaasbladwesp
’s Winters vallen juist de “wilgenroosjes”, dode bladkransjes aan de toppen van de twijgen, erg op. Ze worden veroorzaakt door de Wilgenroosjesgalmug.

Wilgenroosjes
In de stam leven regelmatig de zalmrode rupsen van de vingerdikke Wilgenhoutrups en ook tal van paddenstoelvormende schimmelsoorten kun je er op aantreffen zoals Mycena’s en soms zelfs de schitterende Zwavelzwam.
Kortom, de door de mens zo “verminkte” Schietwilg die tot Knotwilg is verworden blijkt niet alleen een sieraad voor het landschap, maar een boom met haast magische aantrekkingskracht voor een groot deel van de inheemse flora en fauna.