Sla menu over en ga naar de inhoud

Gemeente Vlaardingen - De Zwarte els

Ga naar de homepage van de gemeente Vlaardingen
-

De Zwarte els

Zwarte els heeft vele vrienden…!
 
Zwarte els
 
De zwarte els is een oer-Hollandse boomsoort en komt van nature in onze regio heel veel voor. Het is één van de eerste bomen die op oud rietland verschijnen en zo de bosvorming op het veen tot stand brengen. Het reigerbos en otterbos op de Vlietlanden zijn daar mooie voorbeelden van.
Diervriendelijke boom
Doordat de boom al zo ontzettend lang ons land bewoont hebben in de loop van vele duizenden jaren ook een groot aantal dieren deze boom als gastheer ontdekt. Behalve de vogels die er graag in broeden (blauwe reigers!) zijn er veel kleine dieren, zoals mijten, kevers en vlinders die de boom bewonen en er ook van leven. Een opvallend diertje wat we bijna jaarlijks op de bladeren van de zwarte els kunnen zien is het bekende Elzenhaantje. Dit staalblauwe kevertje kan sommige jaren in enorme aantallen aanwezig zijn en de larven vreten dan hele bomen bijna kaal.
 
Mijnwerkers!
Deze maand gaan we enkele andere, minder opvallende bewoners van de Zwarte els aan u voorstellen. Diersoorten waarvan u bij aandachtig kijken de aanwezigheid nu goed kunt waarnemen.
 
Volgroeide vouwmijn
 
De eerste zijn de vouwmijnen. Vouwmijnen zijn door heel kleine vlindertjes veroorzaakte vouwingen in het blad. De vouwen ontsaan doordat het rupsje in in plaats van op of onder het blad leeft en zo dus een “mijn” maakt. Op de foto staat Phyllonorycter rajella als voorbeeld afgebeeld, maar er zijn er meer.
 
Phyllonorycter rajella
 
Leefwijze
De leefwijze van de vouwmijnmotten is in grote lijnen als volgt: het uit het ei gekropen jonge rupsje vreet zich door de (dode)opperhuid van het blad en gaat hieronder van de eerste levende cellaag (de levende opperhuid) eten. Hierdoor ontstaat een los zittend vliesje. Tijdens de groei spint het rupsje zijdedraadjes en wanneer het rupsje groter wordt (en ook dieper in het blad gaat eten) is dit vliesje van dode opperhuidcellen ook groter geworden. Er zijn dan al zoveel draadjes gesponnen dat het krimpen ervan een samentrekkend effect heeft op deze dode cellaag. De wijze van samentrekken verschilt bij de op deze wijze levende vlindersoorten. Ook de plek op het blad en de verschijningsperiode zijn aanwijzingen welke soort het betreft. Er is bijvoorbeeld maar één soort die bovenop het blad leeft en ook maar één met een scherpe middenplooi zoals op de foto afgebeeld.

Elzennerfboorder
Elzennerfboorder
 
Een totaal andere leefwijze heeft het avontuurlijke rupsje van Heliozela resplendella (Sorry, ook deze vlinder heeft geen Nederlandse naam.) Laten we hem in dit verhaaltje voor het gemak maar verder de “Elzennerfboorder” noemen.

Het eitje van de Elzennerfboorder wordt in de hoofdnerf gelegd. Als het rupsje uit het ei komt eet het binnenin de hoofdnerf en gaat na verloop van tijd een zijnerf in. Na ook hier een eindje vretend doorgegaan te zijn gaat hij op avontuur. De held durft het aan om haaks op de nerf het blad over te steken….nou ja, held…? Het rupsje blijft veilig IN het blad en maakt zo een dwarsgang van de ene nerf naar de volgende. Bij de volgende nerf aangekomen maakt hij snel rechtsomkeer en vreet nu tegen de sapstroom in de weg terug. Eenmaal bij de hoofdnerf aangekomen gaat hij zijn oude route in tegengestelde richting hervatten. Vervolgens boort de Elzennerfboorder zijn gang nog wat dieper uit richting bladsteel en als het rupsje eindelijk volgroeid is en klaar om te verpoppen maakt hij een uitgang dwars op de hoofdnerf. Als laatste knaagt het diertje een 4-6 millimeters groot eivormig stukje blad om zichzelf heen en verpopt daarin. Dit bladstukje valt op de grond en het rupsje verpopt hierin om het volgend voorjaar een vlindertje te worden.
 
Herkenning
Wat overblijft is een blad waarin bij twee van de hogere nerven een bruinig streepje van poepkorreltjes te zien is. Niet erg opvallend, maar vooral in het dwarsstukje is het poepspoor met een goede loep duidelijk te zien. Ook de verpoppingsuitsnede die de Elzennerfboorder als laatste maakte kun je goed zien. Bij bestudering van deze bladmijn staan wij altijd weer versteld van hoe vernuftig de natuur toch eigenlijk is.
 
Mijten
Elzenwratmijt
 
Als laatste willen we op de verschijningsvormen van enkele bladgalmijten wijzen. De foto’s geven drie verschillende soorten weer.

Bladgalmijten zijn microscopisch kleine diertjes die in kolonies tussen de door hen zelf veroorzaakte haren op de bladeren leven. Ze leven daar van het bladweefdel en als gevolg van hun afscheidingen brengen ze bepaalde reacties binnen de plant te weeg. Dat zijn de haargroeiwoekeringen op de verschillende plaatsen van het blad.
 
Elzenviltmijt
 
De plek op de bladeren, de vorm van deze haren en het al dan niet bulten vormen op het blad zijn allemaal kenmerken waarmee de soorten op naam gebracht kunnen worden.
 
Gallenboek
Voor de hier afgebeelde soorten konden we in het op 1 sept j.l. gepubliceerde nieuwe “Gallenboek” gelukkig Nederlandse namen vinden! De foto’s laten de volgende soorten zien:

Elzennerfhoekmijt – opvallend is de dubbele rij bultjes op de bovenzijde van het elzenblad.
 
Elzennerfhoekmijt
 
Elzenwratmijt – onregelmatige bulten op de bovenzijde van het blad. (zie stukje "mijten")

Elzenviltmijt – Op de foto is de onderzijde van het blad. De haarplekken zijn bij deze soort nogal groot en liggen als plakken tussen de nerven. Opvallend is de roest-oranje kleur die de haren na enige tijd krijgen. (zie stukje "mijten")

In gallen geïnteresseerden raden wij aan de vierde druk van het “Gallenboek “ van W.M. Docters van leeuwen (Herzien en bewerkt door Hans C. Roskam) aan te schaffen. Zoals gezegd een kakelverse uitgave van de KNNV-uitgeverij.