De Duinvallei is weer een stukje naar het pad toe uitgegraven en ingezaaid met een aantal kenmerkende soorten uit dit typisch Hollands biotoop. De eerste voorjaarsbloemen bloeien momenteel, veel struiken laten de bladeren reeds ontluiken, de blauwe reigers hebben al de eerste jongen in het nest en enkele andere vogelsoorten zijn er ook al aan het nestelen. We hopen dat u ook dit jaar de weg naar onze kleine “Parel” in de Westwijk weet te vinden. Vanwege de hoge waarde voor de aanwezige flora en fauna zijn honden in de heemtuin niet toegestaan.
Het Natuurpark in het Holypark, ons andere heempark met een totaal ander karakter, doet gelukkig niet onder voor de veel oudere Heemtuin. We hebben onlangs op de duinhelling opnieuw vers schelpenzand aangebracht om de kenmerkende planten uit dit milieu te stimuleren. Tevens zijn aan de randen van het Hyacintenbos nieuwe bomen en struiken gepoot.
Ook in het Natuurpark Holy staan al veel planten in bloei. Een van de specialiteiten van het Natuurpark is de rijke Stinsenflora (zie ook onze artikels van februari 2005, april 2005, november 2006 en januari 2008). Die begint op het moment van schrijven al goed tot ontwikkeling te komen. We lichten er deze maand weer enkele opvallende, nog niet eerder door ons besproken plantensoorten uit.
Voor het behoud van de aanwezige flora en fauna hopen we dat u tijdens een bezoek aan een van onze parken de bij de ingangen geplaatste toegangsregels goed in acht neemt!
Lenteklokje
Het Lenteklokje en het Zomerklokje zijn twee sterk op elkaar lijkende planten die beiden bij oude buitenplaatsen in ons land aangetroffen worden. Toch zijn er duidelijke verschillen. Het Lenteklokje dat ’s winters met bloeien begint als de Sneeuwklokjes nog volop bloeien, is een lage plant, groeit goed in bosachtige omstandigheden en heeft maar één of twee bloemen bij elkaar aan de bloemsteel. Oorspronkelijk is het Lenteklokje een plant uit de bergen en tot honderd jaar geleden leefde het nog in Twente.
In het Natuurpark groeien ze langs het fietspad naar Kinderboerderij Holywood. We hebben er na ongeveer vijftien jaar moeizaam doorkweken nu een klein groepje van en het lijkt er op dat ze het goed gaan doen. Er staan momenteel meer planten in bloei. Helaas zaait deze plant zich niet uit.
Zomerklokje
Het Zomerklokje is een echte Zuidhollandse rivierbegeleidende plantensoort. Behalve bij ons groeit hij ook bij de Utrechtse Vecht. De overige groeiplekken in ons land zijn verdwenen, sterk achteruit gegaan of door menselijk handelen ontstaan.
De bloemen van het Zomerklokje en het Lenteklokje lijken erg op elkaar maar het Zomerklokje heeft veel meer bloemen bij elkaar zitten. Hoewel ze in het Natuurpark bijna gelijk met het Lenteklokje beginnen te bloeien, is de hoofdbloei toch duidelijk pas nadat de Lenteklokjes zijn uitgebloeid. De planten zijn tot drie keer zo hoog als het Lenteklokje. Ze doen wel wat aan forse Narcisplanten denken.
De groeiplaats is totaal verschillend. Zomerklokjes, die in de zomer al lang uitgebloeid zijn (!), groeien aan rivieroevers: kletsnat en het liefst in ruig Riet en graag op plaatsen waar eb en vloed hun invloed nog hebben. In het Natuurpark kun je goed zien dat het liefhebbers van “natte voeten” zijn, want ze groeien op enkele plaatsen aan de slootkant en zaaien zich daar goed uit. De groeiplek aan de oever bij de grote Canadese populieren met Maretakken lijkt nog het meest op de natuurlijke groeiplekken, zoals in de Rhoonse en Carnisse grienden. We laten hier het dode Riet liggen. Op de andere groeiplaats, aan de zuidoostkant van het park, staan de meeste Zomerklokjes. Omdat de verruiging als gevolg van de grote hoeveelheid mest die er viel te erg werd verwijderen we hier tegenwoordig in de winterperiode de dode plantenresten. Op beide groeiplekken kwelt het water uit de puinheuvel omhoog.
Op natuurlijke groeiplaatsen verspreiden de forse zwarte zaden doordat ze met het water weg drijven. In onze parken gebeurt dat doordat de vruchten naast de planten verrotten waardoor de zaden vrij komen en doordat wij de groeiplekken afharken.
In de Heemtuin in de Westwijk staan ze op verschillende plekken langs de vijver maar hier moeten we toch meer moeite doen om ze goed vitaal te laten blijven. De plant komt door heel Europa voor, met uitzondering van het noordelijk deel. Zomerklokjes zijn, net als meer dan vijfendertig andere plantensoorten in onze parken, wettelijk beschermd.
Wilde narcis
In beide parken kunnen we de Wilde narcis aantreffen. Ze lijken wel wat op de tuinplanten die je ook overal in het bosplantsoen ziet staan. Kijk je er wat nauwkeuriger naar, dan zie je de kenmerkende verschillen: de buitenkroon van het bloemdek is veel lichter dan de parallelle binnenkroon, de bladeren zijn niet zo hardgroen maar grijsgroen en de planten zijn lager dan veel van de bekende tuinplanten. Ook zaaien Wilde narcissen zich op hun groeiplek uit. Ze groeien op plaatsen waar de bodem vochtig en soms zelfs periodiek kletsnat is. Deze combinatie van kenmerken zijn wel de belangrijkste herkenningspunten om de plant van andere narcissoorten te onderscheiden.
Van nature groeit onze alleen in West Europa voorkomende Wilde narcis in beekdalen en op kwelplekken in Oost Nederland. Hier wordt hij ook wel bij oude boerderijen gevonden.
De Wilde narcis is extreem gevoelig voor bastaardering met zijn “grote broer”, de Zuid-Europese Trompetnarcis. Volgens de taxonomie (de indeling van de planten in (onder)soorten, geslachten, families enz.) behoren beide tot de zelfde soort en dat zal dan ook wel de oorzaak van deze gemakkelijk ontstane kruisingen zijn. Voor ons betekent het jaarlijks goed opletten of er geen bastaarden tussen staan; in de Heemtuin waren enkele jaren geleden alle planten gebastaardeerd....ongetwijfeld een gevolg van overvliegende Hommels die met stuifmeel beladen van de Trompetnarcissen uit het oude Marnixplantsoen aan kwamen vliegen. Enkele jaren geleden hebben we alle Wilde narcisbastaarden vervangen door exemplaren uit het Natuurpark in de Holy.....nakomelingen van degenen die dertig jaar geleden vanuit de Heemtuin naar de Holy waren gekomen...!
Narcissen zijn giftige planten. Er zijn maar weinig dieren die er van eten en ook de mens is er zich al heel lang van bewust....immers, in de oorlog smaakten de Tulpenbollen "goed", maar over Narcissen heb ik nog nooit een familielid horen praten!