Grote kattenstaart
De paarsrood bloeiende Grote kattenstaart is een vrij hoge plant die soms meer dan een meter hoog kan worden. De bloemen zitten in lange rechtopstaande aren en vallen goed op. In het najaar sterven de planten boven de grond af maar de dode vierkante stengels blijven staan. De plant overwintert met de houtachtige wortels.
Bloembiologie
Als we de bloemen nauwkeurig van dichtbij bekijken en met verschillende planten vergelijken dan kun je zien dat er verschil in zit. Er zijn namelijk drie typen bloemen waar te nemen. Er is een langstijlig type, deze heeft zowel zes middellange als korte meeldraden; hierbij hebben alle helmknoppen geel stuifmeel.
De planten met bloemen waarbij de stijl middellang is heeft onderin de kelk meeldraden met geel stuifmeel op de helmknoppen en buiten de kroon uitstekende lange meeldraden met donker stuifmeel.
De laatste is het kortstijlige type. Bij planten met dit type bloemen hebben de zes middellange meeldraden geel stuifmeel en de lange donker stuifmeel op de helmknoppen.
Bestuiving
Uit onderzoek van de beroemde Charles Darwin (Jawel…, ook wij leveren onze bijdrage in dit “Darwin-jaar”.), is gebleken dat de kattenstaartplanten het best bestoven kunnen worden met stuifmeel van het zelfde type plant. Dus: planten met lange stampers worden het best bestoven door stuifmeel van lange meeldraden. Middellange stampers door stuifmeel van middellange meeldraden en met de korte stamper is hetzelfde het geval.
Verantwoordelijk voor de bestuiving zijn hommels, bijen, zweefvliegen, vlinders en andere insecten. In de Heemtuin kunnen we dat altijd goed zien. Van de vlinders blijken vooral de witjes en de Citroenvlinders grote liefhebbers van kattenstaartnectar te zijn.
Let eens op de genoemde bijzondere bloemconstructies. Het is de enige plantensoort van noordwest Europa die dit zo heeft!
Waar?
Deze maand is de Grote kattenstaart een opvallende verschijning in onze Heemtuin. Ze groeien veel langs de rand van de vijver en ook aan de oevers van het slootje. Ook op de vochtige vlakte tegenover het insectenhotel staan ze verspreid tussen de Koninginnekruiden, Heelblaadjes en andere plantensoorten. Net als de andere hier genoemde planten komt de Grote kattenstaart in de natuur ook veel in natte duinvalleien voor, zoals we die o.a. op Voorne vinden. Hier zijn de planten vaak een stuk lager.
In Vlaardingen kunnen we de plant, net als het hierna te bespreken Koninginnekruid, ook vinden. Langs verschillende sloten en vijvers staan ze momenteel prachtig te bloeien. Eén van de mooiste groeiplaatsen vinden wij zelf de wadi’s aan de Prof. Telderstraat in de Westwijk.
Koninginnekruid
Koninginnekruid heeft vaak anderhalve meter hoge rechtopstaande stengels en is met paarsroze platte bloeiwijzes getooid. Een forse pol kan al gauw tien tot twintig stengels hebben en is dan bovenin ongeveer een vierkante meter breed. Net als de Grote kattenstaart sterven de stengels in het najaar af en blijven aan de plant zitten. ’s Winters zie je vaak mezen tussen de overstaande pollen. Ze zoeken er naar overwinterende insecten.
Koninginnekruid groeit vaak op dezelfde plaatsen als de Grote kattenstaart maar ook op wat ruigere plaatsen, b.v. waar slootbagger of veel blad op de oever is blijven liggen. Dat zijn de plaatsen waar ze het grootst worden; in schrale duinvalleien staan vaak bloeiende planten die nog geen kniehoogte bereiken.
Naam
De naam van de plant komt oorspronkelijk uit het Duits. Het is een verbastering van “Kunigundekraut”. Kunigunde was in de elfde eeuw de vrouw van een Duitse keizer en is in 1200 door de paus heilig verklaard omdat ze vele zieken zou hebben genezen.
Koninginnekruid werd dan ook veelvuldig als geneesmiddel op wonden gelegd. In onze oudere flora’s vind je ook vaak de naam “Leverkruid”. Deze naam slaat ook op de geneeskrachtige werking van de plant omdat ze als geneesmiddel bij leverziekten en geelzucht werd gebruikt. In de 19e eeuw werd de plant hiervoor plaatselijk nog steeds verzameld.
Mineervliegen
Koninginnekruid is voor veel insecten een belangrijke plant. Op de bladeren zien we vaak smalle dunne één millimeter brede vliezige sporen van de larfjes van kleine mineervliegen die onder de dode opperhuid kleine beetjes weefsel weg eten. Een opvallende verschijning is Liriomyza eupatorii (Geen Nederlandse naam voorhanden) die in een cirkel om zijn eigen vraatspoor heen vreet en zo een ongeveer zeven millimeter grote damschijf-achtige vlek maakt. Hierna gaat hij willekeurig slingerend verder door het blad.
Vlinders
Soms zie je venstervormige vlekjes op de bladeren, ontstaan door het van onderuit leegeten door het rupsje van een kokermot.
Onze kleinste vedermotsoort leeft in de stengels van de plant en veroorzaakt net onder de bladoksels een verdikking. De aanwezigheid van het rupsje is te zien aan een klein rond gaatje.
De dagvlinders zijn opvallende verschijningen op het Koninginnekruid. Het is één van de beste vlinderplanten die we in ons land hebben! Er zijn jaren dat we tientallen Atalanta’s, Dagpauwogen, Boomblauwtjes en andere vlindersoorten bovenop de bloemtrossen zien zitten…..zwaar gedrogeerd door de overheerlijke nectar!
Stadsreus!
Het meest spectaculair is ongetwijfeld wel de Stadsreus. Het is een enorm grote zweefvlieg waarvan het vrouwtje de eitjes in wespennesten legt.
De Stadsreus ziet er in eerste instantie uit als een gevaarlijke grote wespensoort waarvoor je serieus uitkijkt dat hij niet bij je in de buurt komt! Maar, bij goed bekijken blijkt het een onschuldige zweefvlieg! Het dier heeft maar één paar vleugels (In tegenstelling tot bijen en wespen die twee paar bezitten) en geen angel of steeksnuit. Neen, in plaats van bloed eet hij graag de nectar van het Koninginnekruid en enkele andere planten. Ondanks het vervaarlijk bruin met gele uiterlijk dus een onschuldig dier!
Goed is bij deze vlieg te zien wat mannetjes en vrouwtjes zijn: bij de mannen raken de ogen elkaar bovenop de kop en bij de vrouwen staan ze los van elkaar, gescheiden door een gele streep.
Stadsreuzen hebben oorspronkelijk een wat zuidelijker verspreiding maar worden tegenwoordig vrijwel elk jaar in ons land waargenomen en planten zich hier nu ook voort.
De Stadsreus mogen we gerust opvoeren als een bijzonderheid van onze Heemtuin. We bezitten een exemplaar uit 1976 toen deze zweefvlieg nog erg zeldzaam was in ons land. Echter, sinds 1978 hebben wij, evenals de vroegere beheerder van de Heemtuin, deze vlieg jaarlijks waargenomen! Van een specialist vernamen wij zo’n vijftien jaar geleden dat deze zweefvlieg een bijzonderheid was omdat hij gedurende een periode van meer dan veertig jaar in ons land afwezig was geweest.
Behalve de hier genoemde insecten zijn er nog veel meer soorten op het Koninginnekruid te vinden.