De iep is een oer-Hollandse boom, die als gevolg van de iepziekte bijna uit ons landschap was verdwenen. Iepen zijn voor ons landschap heel kenmerkende bomen die na de laatste ijstijd al snel ons land weer wisten te bevolken. Het zijn door de mens altijd zeer gewaardeerde bomen geweest waarvan in het verleden de takken graag als veevoer werden gebruikt. Ook de voedselrijke bast kon voor dat doel goed gebruikt worden. Als laanboom is de iep altijd al een fraaie verschijning in ons land geweest, maar bomen van zo’n 500 jaar oud zul je tegenwoordig vrijwel nergens meer aantreffen.
In Nederland komen oorspronkelijk vier soorten iepen voor maar door kruisingingsexperimenten om zo sterk mogelijke rassen te kweken is de preciese soort vaak moeilijk te bepalen.
Herkenning
In de winterperiode is de iep een gemakkelijk herkenbare boom. De zijtakjes zijn opvallend geplaatst. Vooral aan de tweedejaars takken is het goed te zien dat ze kamvormig aan de twee zijkanten groeien. Jonge bomen met veel langloten (snel gegroeide lange eenjarige takken) en wortelopschot hebben dit kenmerk duidelijk. Ook de bladeren (met de kenmerkende ongelijke bladvoet) zitten op deze wijze aan de langloten.
Vanaf maart gaan de bomen bloeien en zitten er bovenin allemaal propperige bolletjes waar de rode helmhokjes van de meeldraadbloempjes goed herkenbaar in zijn. Sommige vogels, zoals de putter, zijn verzot op het stuifmeel ervan en je kunt ze dan ook regelmatig in de iepen zien zitten. Later in het voorjaar worden de iepen bleekgroen als gevolg van de uitgegroeide gevleugelde zaden. Pas als die bruinig worden en afvallen komen de bladeren te voorschijn.
Iepziekte
De alom bekende iepziekte heeft onze iepen geen goed gedaan en speelt ons nog steeds parten. Nadat in 1918 in zowel Noord-Brabant als in Noord Frankrijk ongeveer gelijktijdig de ziekte door twee landgenoten voor het eerst werd beschreven, bleek dat hij op nog veel meer plaatsen voorkwam. Deze ontdekking heeft de ziekte de internationaal bekende naam “Dutch Elm Disease” gegeven. De veroorzaker is een schimmel en recentelijk is er een tweede verwante agressievere soort uit Noord-Amerika bijgekomen.
De verspreiding van deze schimmelziekte komt doordat de op iep levende spintkeversoorten, de sporen van de schimmel van de ene boom naar de andere met zich meedragen. We zijn dus voorlopig nog niet klaar met deze ziekte.
Herkenning iepziekte
Iepziekte is ’s zomers gemakkelijk herkenbaar doordat er plotselinge bladval van een boom plaatsvindt. Gewoonlijk betreft dat één of enkele takken die dan opvallen doordat vrijwel al het blad geel wordt. Wanneer je van een zieke tak een twijg met de snoeischaar doorknipt dan zie je meestal een bruine ring onder de bast zitten. In Vlaardingen worden deze straatbomen gewoonlijk snel weggezaagd om verdere verspreiding te voorkomen.
Doordat veel Vlaardingse wijken in de afgelopen jaren al geïnfecteerd zijn geweest is de iep op veel plaatsen aan het verdwijnen. De Olmendreef heeft zijn naam aan de boom te danken. Na de aanplant in de winter van 1978/1979 van de als resistent aangekochte iepen, konden daar na vijftien jaar de eerste iepen toch gerooid worden. De fnuikende ziekte deed ook hier zijn intrede. Tegenwoordig staan er andere bomen.
Dode iepen in het Natuurpark Holy
In het natuurpark gedeelte van het Holypark vinden we, geheel tegen onze gewoonte in, wel dode iepen. Dit is geen nalatigheid maar een bewuste keuze. De redenen hiervoor zijn:
-
Er staan binnen korte afstand van de hier staande iepen gaan andere iepen meer in de wijk ; er is dus geen kans op besmetting.
-
De iepen staan in dit park vrij dicht op elkaar met ook nog andere bomen en struiken er tussen. Het nadeel hiervan was dat de iepziekte zich in het natuurpark ook via wortelcontact heeft kunnen verspreiden. Echter, het voordeel bleek ook vrij snel nadat de eerste iepen (nu al meer dan tien jaar geleden) ziek werden. Nog voordat de iepenspintkevers uit de pop waren had de grote bonte specht ze al ontdekt. Ook de groene specht kwam er snel achter dat deze keverpoppen een erg welkome aanvulling op het menu waren. Vrijwel alle dode iepen zijn vervolgens door deze vogels op natuurlijke wijze ontschorst of ze zijn er nog mee bezig. Dit fenomeen zul je bij een straatboom niet zo snel aantreffen want bij elke wandelaar, fietser of auto zal de specht weg vluchten. Bijgevolg kun je in het natuurpark op een aantal boomstammen goed de kenmerkende vraatsporen van de iepenspintkevers op het naakte hout nog steeds zien.
-
Het zachte dode iepenhout bleek ideaal voor de spechten om er hun nestholten in te hakken en ook dat is tegenwoordig goed te zien. Meerdere spechtenparen broeden er jaarlijks in hun zelfgehakte holen.
-
Voor de veiligheid hebben we bij de meeste dode en zieke iepen de top en de zwaarste zijtakken er af laten zagen zodat ze niet snel omwaaien. Voor de spechten bleek dat ook een voordeel want ze prefereren duidelijk de afgezaagde bomen boven de niet-afgezaagde.
-
Behalve voor de spechten blijken de iepen ook voor de boomkruipers en winterkoningen een zege te zijn. Er hebben de afgelopen jaren meerdere paren tussen de losse schorsflappen en stam hun nest gebouwd.
-
Wanneer je goed naar de ontschorste stammen kijkt dan zie je ook overal kleine gaatjes. Daar hebben verschillende soorten van dood hout levende kevers geleefd en in de lege gangen leggen nu solitaire bijen- en wespensoorten hun eieren.
-
Vooral onderaan de stammen zien we op meerdere dode iepen grote half cirkelvormige paddenstoelen groeien. De één seizoen aanwezige oesterzwam met zijn grijze hoed valt altijd erg op. Bij andere, hardere soorten, groeit er jaarlijks een nieuw stuk aan. Deze soorten zijn ons niet allemaal precies bekend, maar de platte tonderzwam is er vermoedelijk één van.
We vermoeden bij een andere iep de zeer zeldzame iepenbuisjeszwam (zie foto). We hopen dat een specialist zich hier eens over zal buigen.
Wat vinden we bij levende iepen?
Niet alleen dode iepen hebben de bij hun horende mede schepselen. Ook de levende iepen bieden heel wat organismen een kans. Op de schors leven veel soorten mossen en regelmatig ook enkele millimeters grote paddenstoeltjes van het geslacht mycena, zoals de suikermycena. Ze leven er van de dode schors.
Vanaf eind februari kun je in sommige jaren de zeldzame zilveren satijnzwam op de vette kleigrond bij de grote iepen aan de Vlaardingse Vaart vinden... en dan hebben we het in dit artikeltje alleen nog maar gehad over wat we in de winterperiode aan overig leven bij de iep kunnen vinden. ’s Zomers is de iep op zijn minst een al even spannende boom!