Sla menu over en ga naar de inhoud

Gemeente Vlaardingen - De blauwe reiger

Ga naar de homepage van de gemeente Vlaardingen
-

De blauwe reiger

Blauwe reiger
 
Elke Vlaardinger kent hem wel, de blauwe reiger, in de volksmond ook wel Blauwe Jaap genoemd. Vaak zie je ze voorover gebogen aan de slootkant staan, turend in het water en wachtend op een lekkere snack! Dat roerloos staan turen kunnen ze behoorlijk lang volhouden en het geduld wordt beslist niet altijd beloond. Toch weet de blauwe reiger op deze wijze zijn kostje goed bij elkaar te krijgen want het laatste decennium schommelt het aantal broedparen in ons land grofweg tussen de 10.000 en 13.500 broedparen.
Reiger in het water
 
Uiterlijk
Het beeld dat iedereen van de blauwe reiger zo’n beetje in zijn hoofd heeft is ongeveer “een grote asgrijze vogel met lange poten en een dolksnavel”. Dat klopt.
 
Dolksnavel
 
Maar er is bij nadere beschouwing veel meer aan deze prachtige vogel te zien. Let eens op de hals. Tussen de witte veren loopt aan weerszijde een fraai dun lijntje zwarte veertjes van onder de keel naar omlaag. De normaliter grauwe snavel wordt bij volwassen dieren geelachtig in de zomer en midden in het broedseizoen zelfs enige tijd fel oranje.
 
Strepen op de borst
 
De leeftijd is de eerste jaren aan de kop goed te bepalen: bij volwassen vogels is de kruin wit en loopt er van boven de ogen een zwarte baan naar het achterhoofd die eindigt in een afhangende zwarte kuif. Bij vogels in hun tweede winterkleed is de kruin nog grijs en de zwarte kuif is veel korter. Eerstejaars vogels hebben een hele grijze kop. Wanneer de reiger vliegt valt de kenmerkende langzame vliegwijze met bolle vleugels op. Is de vogel dichtbij genoeg, dan zie je goed dat de nek ingetrokken is en de ronde keelzak geeft een beetje topzwaar effect. De lange poten steken een eind achter de staart uit.

Soms worden er in onze omgeving wel eens donkergrijze blauwe reigers gezien. Dat zijn dieren met een kleurafwijking, veroorzaakt door de zwarte kleurstof melanine. Ze worden door vogelkenners dan ook als melanistisch aangemerkt.

Gedrag
Blauwe reigers zien we het meest als ze aan de slootkant staan. Wachtend op beroering in het water om snel toe te kunnen slaan wanneer een kikker of vis zich laat zien. Soms staan ze ook in de sloot. Dat zien we regelmatig in de polders rondom Vlaardingen. In de stad staan ze meestal op de oevers.

Blauwe reigers kunnen soms forse prooien aan. Ongeveer twintig jaar geleden toen we onder een boom stonden te schuilen voor de heftige regenval zagen we eens een blauwe reiger een paling vangen. De paling wist zich flink te verweren en rolde zich enkele slagen om de nek van de reiger heen. Er ontstond een immens gevecht op leven en dood wat de reiger na ruim een half uur toch wist te winnen.

Op 20 juli 1998 fietsten we over het Achterlangs en zagen dat een reiger een snoek van 40 cm lengte aan het verorberen was…ook geen geringe klus! Behalve de eerder genoemde prooien eten de blauwe reigers onder andere ook mollen, bruine ratten en insecten. In de Heemtuin vinden we onder de nesten regelmatig de uitgekotste braakballen van de reigers. Het sterke maagzuur verteert wel de botten van de prooidieren, maar niet de haren.
 
Poederdons
Een groot deel van het dieet bestaat uit vis en hierdoor word het verenkleed van de reigers vaak vies van al het ‘vis-slijm’. Hiervoor hebben reigers echter een slimme oplossing: ‘poeder-dons-velden’. Door met de snavel op deze plekken te ‘krabben’ komt er een poeder vrij. Dat poeder wordt op het, op het lijf gemorste, vis-slijm aangebracht. Als dit is opgedroogd ‘kamt’ de reiger met zijn middelste teennagel, die voorzien is van een soort 'kammetje', zijn verenkleed schoon. ’s Zomers zien we de reigers met warm weer vaak met geopende vleugels staan.

Blauwe reigers zijn grotendeels standvogels, maar sommigen trekken toch naar zuidelijker oorden om te overwinteren. In Nederland zijn geringde vogels gezien die in Noord Duitsland, Zweden en Denemarken geringd waren.
 
Reiger op nest
 
Broedseizoen
In de loop van de winter verschijnen de blauwe reigers op hun nesten in de vaste broedkolonies. In de Heemtuin in de Westwijk zien we ze al in januari op de nesten en regelmatig zien we ze dan met opgeheven kuiven baltsen. In jaren met zachte winters worden de eerste eieren dan al gelegd. In 2005 vonden we de eerste eischaal onder het nest op 27 januari! Gewoonlijk vinden we begin maart de eerste eierschalen onder de nesten, meestal leeggegeten door andere vogels maar ook uitgekomen eieren, zoals op 8 maart van hetzelfde jaar. De eierschalen hebben een matte hemelsblauwe kleur, gegarneerd met de witte flatsen van de uitwerpselen. Vorig jaar hoorden we het typische gekekker van een nestjong voor het eerst op 11 maart.
 
Eierschalen
 
Landelijk beeld
In Nederland zijn ongeveer vierhonderd blauwe reigerkolonies bekend. De meeste kolonies bevinden zich in de polders. Soms ook in de stad. In Rotterdam, Schiedam (Prinses Beatrixpark) en Vlaardingen (Heemtuin) is dat het geval. Strenge winters hebben een negatief effect op het aantal broedparen. Zo broedden er in 1995 13.500 paar, maar na de strenge winter van ’95-’96 waren er nog maar 10.000 paar over. Als gevolg van de enkele weken strenge vorst waren er in 1997 nog maar 9.600 paar over. De meest recente gegevens over 2006 (SOVON -monitoringrapport 2008/1) geven een beeld van 12.700 paar.

Vlaardingse broedgevallen
Bij veel Vlaardingers is de broedkolonie op de Vlietlanden (Maasland) bekend. Zelf hebben we ook een kolonie binnen de gemeentegrenzen en binnen enkele jaren misschien zelfs twee of drie! Onze eigen kolonie bevindt zich bovenin de zwarte elzen en schietwilgen in de Heemtuin. De eerste broedgevallen waren hier in de tweede helft van de 1990-er jaren. We hebben destijds helaas verzuimd de precieze ontwikkeling van de reigers te noteren maar in 1997 waren ze vrijwel zeker aanwezig met een enkel broedpaar.

Sinds we onze gegevens niet meer in schriften, maar digitaal noteren hebben we het aantal nesten wel genoteerd. In 2002 waren er 4 nesten. In 2003 6 nesten, in 2004 7 nesten, in 2005 8 nesten, in 2006 10 nesten, in 2007 15 nesten en in 2008 telden we er 14.

Vanaf 2005 zijn er ook enkele paartjes geweest die zich in Rondom West hebben gevestigd. Het waren meteen al 2 paar. Beide broedpogingen zijn toen mislukt. Toch waren er in 2006 weer 2 paar aanwezig maar de nesten waren op 28 maart al weer verdwenen. In 2007 was er 1 paar aan het broeden en in 2008 wederom 2 paar waarvan er een twee jongen heeft groot gebracht. Ook in ’t Nieuwelant park broedt sinds enkele jaren een paartje blauwe reigers in een treurwilg.
 
Ralreiger
 
Andere reigersoorten
In Vlaardingen komen ook nog andere reigersoorten voor. De roerdomp broedt in oud rietland in de polders rondom onze stad. De Rietputten in de Aalkeet Binnenpolder en de Vlietlanden zijn twee bekende broedlocaties. De grote zilverreiger heeft in 2002 en 2003 in Ackerdijk gebroed en is tegenwoordig ’s winters een regelmatige verschijning in de polders van Midden Delfland en ook de Holierhoekse Polder. Bewoners van de Frank van Borselenstraat hebben er zelfs eenmaal één in de reigerkolonie van de Heemtuin gezien!

Wat minder regelmatig, maar tegenwoordig toch jaarlijks wel enkele keren, worden purperreigers en kleine zilverreigers in de omgeving gezien. Beiden zijn de afgelopen jaren ook in de Aalkeet Binnenpolder gezien. Tussen Schiedam en Delft wordt de laatste jaren wel eens een Koereiger waargenomen. Enkele echt zeldzame reigersoorten hebben de laatste tien jaar onze regio en ook Vlaardingen bezocht. Een kwak was ongeveer tien jaar geleden in de winter een tijdje een vaste bezoeker in ’t Hof; woudapen bezochten in 2007 een tijdje de Rietputten en een ralreiger was hetzelfde jaar een korte periode wandelend over de waterleliebladeren op de Vlaardingse Vaart aanwezig.
 
Kwak