Historie
Ongeveer vijftien jaar geleden werd door een lokale plantenkenner Vlaardingen afgezocht naar muurplanten en tijdens deze inventarisaties werd ontdekt dat de noordelijke brugleuning veel bijzondere varentjes bevatte. Drie soorten werden er op de brug aangetroffen: muurvaren, steenbreekvaren en tongvaren. Groot was de vreugde bij natuurliefhebbers en het toenmalige Rijksherbarium (Nu: Nationaal Herbarium Nederland) in Leiden werd van de bijzondere begroeiing op deze brugleuning op de hoogte gebracht.
In de jaren die volgden nam de varenbegroeiing gestaag toe en vorig jaar telden we enkele honderden steenbreekvarens en tientallen tongvarens en muurvarens. Zowel de steenbreekvaren als de tongvaren zijn in ons land zeldzame verschijningen en wettelijk beschermd.
Tongvaren
Tongvarens zijn makkelijk herkenbaar aan de lange wat leerachtig aandoende tongvormige bladeren. Wanneer de planten volwassen zijn zie je aan de onderkant van de bladeren bruine dwarsstrepen. Dat zijn de plaatsen waar de vele duizenden sporen gevormd worden.
In Nederland groeit de plant oorspronkelijk vooral in de Zuid-Limburgse bossen, vaak op verteerde, op de grond liggende, dode boomstamresten of aan greppelranden.
Als bijzonderheid is deze plant ook sedert lang bekend van de Voornse Duinen. Ook hier groeit hij op beschaduwde humeuze vochtige plaatsen. De laatste vijftig jaar worden tongvarens in ons land steeds vaker op oude gracht- en kademuren gevonden. Zelfs op oude gebouwen met oude half vergane mortel willen ze tegenwoordig wel groeien. Het is goed mogelijk dat het veranderende klimaat daar een mede-oorzaak van is. Op de “ziekenhuisbrug” groeien de meeste planten aan de noordzijde, boven het water en in de schaduw van enkele boomtakken. Een hoge luchtvochtigheid stelt deze plant ook hier dus duidelijk op prijs.
Steenbreekvaren
Steenbreekvarens zijn veel fragieler dan tongvarens. Het zijn kleine varentjes die goed tegen zowel warmte als droogte kunnen. Ze groeien dan ook veel aan de zuidzijde van de brugleuning. Ook aan de noordzijde zijn ze te vinden. Hier zijn ze zelfs wat groter van maat. We vinden ze tussen de voegen en vooral in de bovenste voeg van de volop in het zonlicht staande zuidkant doen ze het uitstekend. Een beetje vreemd is dat wel want volgens de literatuur kan deze plantensoort niet al te goed tegen hitte en droogte. Blijkbaar levert de ziekenhuisbrugmuur ook in droge periodes nog voldoende water om de plantjes in leven te kunnen houden
De steenbreekvarentjes hebben zogeheten samengestelde bladeren. Vanuit het hart van de plant groeit een zwarte bladsteel waaraan aan weerszijde allemaal kleine rondachtige deelblaadjes zitten. De sporen worden in enkele groepjes aan de onderzijde van de deelblaadjes gevormd.
Muurvaren
De (niet bij de wet beschermde) muurvarens groeien ook aan de zuidkant van de muur. Hun aantal is veel lager dan dat van de steenbreekvarens. Ze zijn ongeveer even groot maar doen wat bossiger aan. Uit het hart van de plantjes verschijnen groene bladstelen waaraan links en rechts spatelvormige bladlobben groeien. Heel anders dan de tegenoverstaande deelblaadjes van de steenbreekvaren. Muurvarens groeien door het hele land op oude muren waarvan de mortel al enigszins aan het verweren is.
Sporenplanten?
Varens behoren tot de sporenplanten. Sporenplanten hebben geen bloemen en zaden om zich mee voort te planten maar in plaats daarvan maken ze sporen. Vaak gebeurt dat aan de bladeren, maar er kunnen ook speciale stengels met sporendragers verschijnen, zoals bijvoorbeeld bij het bij tuinliefhebbers gewoonlijk gehate heermoes (Paardenstaartenfamilie). Sporen vormen na kieming, gewoonlijk op een vochtige en zure plaats, eerst een “voorkiem” waaruit later de eigenlijke plant groeit.
Probleempje…?
Nu het voormalige Vlietlandziekenhuis/Holy-ziekenhuis gesloopt gaat worden en er een woonwijk op het terrein gepland is rees de vraag wat te doen met het unieke natuurgebiedje op de noordelijke ziekenhuisbrugmuur. De brug kon niet gehandhaafd worden dus is er in samenwerking met een ecologisch onderzoeks- en adviesbureau naar een passende oplossing gezocht om de muur met zijn bijzondere bewoners toch te kunnen handhaven.
Uiteindelijk is besloten vergunningen aan te vragen om de muur met zijn bewoners ongeveer honderd meter te mogen verplaatsen naar een locatie met ongeveer gelijkwaardige levensomstandigheden voor de kwetsbare planten.
Opgelost!
De vergunningen om deze beschermde planten met hun leefomgeving (lees: muur) te mogen verplaatsen werden verkregen. Omdat de planten niet in de zwaarste categorie van bescherming vielen hoefde gelukkig niet de hele brugmuur, maar alleen de belangrijkste stukken verplaatst te worden, opdat de populatie zou kunnen blijven voortbestaan.
Het was haast aandoenlijk om te zien hoe de werkmensen tijdens het werk telkens voorzichtig de varentjes met water besproeiden... Duidelijk zeer bewust van de bijzondere waarde van deze zeldzame beschermde planten!
Wij zijn bijzonder blij en trots dat onze gemeente zoveel moeite heeft gedaan om dit unieke natuurmonument te redden!