Gemeente Vlaardingen - April 2008: Kievitsbloem en Appelvink

Ga naar de homepage van de gemeente Vlaardingen

April 2008: Kievitsbloem en Appelvink

Kievitsbloem
 
April is de maand dat de kievit eieren heeft. Het is ook de maand dat de wilde kievitsbloem bloeit... Hebben die twee verder nog iets met elkaar te maken? Ja! Kieviten broeden in onze weilanden en vaak in de uiterwaarden. Wilde kievitsbloemen leven ook graag in de buitendijkse uiterwaarden en waar ze staan broeden ook graag Kieviten. Maar er is meer. Als de bloemknoppen van de wilde kievitsbloem op het punt staan om open te gaan dan is er een duidelijke gelijkenis met de eieren van de Kievit.
De roodpurperen bloemen hebben een prachtige ruitvormige tekening op de bloemdekbladen die deze plantensoort in het Frans de naam “Damier” (Dambord) en in het Duits “Schachblume” (Schaakbloem) hebben opgeleverd. Ook staan er vrijwel altijd een aantal planten met volledig wit bloeiende bloemen tussen de rode.

Witte kievitsbloem
 
Het is een Midden-Europese plantensoort waarvan lange tijd gedacht werd dat hij niet echt wild in Nederland voorkwam. Zo’n mooie plant kon toch niet in het wild voorkomen in ons land? Gelukkig heeft het gezonde verstand het van de oude vooroordelen gewonnen en nader onderzoek heeft overduidelijk aangetoond dat het wel terdege een in ons land van nature thuis horende plant is!

In Zuid-Holland was hij vroeger niet zeldzaam op de veen- kleigebieden, maar door de vele ontginningen en cultivatie van onze leefomgeving is het tegenwoordig een grote zeldzaamheid geworden! Hij staat dan ook op de “Rode lijst” als bedreigd en is sinds 1973 wettelijk beschermd.

Wilde kievitsbloemen groeien op natte plaatsen waar enige natuurlijke bemesting plaatsvindt; in de uiterwaarden is dat de hogere waterstand die ’s winters klei en slibdeeltjes meeneemt en als dun laagje over het grasland uitspreidt. In de weilanden die verder van de rivier af liggen is vaak enige kwel aanwezig waardoor de planten mineralen en andere voedingsstoffen krijgen.

Kievitsbloemen planten zich voort met zaad. De platte zaden zijn vederlicht en waaien gemakkelijk een eindje weg. Daarbij drijven de zaden, dus na een kleine overstroming gaan de zaden weer een stukje, of zelfs een heel eind, verder weg. Het duurt minimaal zeven jaar voordat er een bloeiende plant uit een zaadje verschijnt, maar vaak nog enkele jaren langer.

Kievitsbloemen
In Vlaardingen hebben we nog een echte wilde groeiplaats die jaarlijks door vrijwilligers van de KNNV afd. Waterweg Noord, de vereniging voor veldbiologie, geïnventariseerd wordt.

Vroeger, tot ver in de 20e eeuw, hebben er vele duizenden gestaan langs de Nieuwe Waterweg. We herinneren ons de verhalen uit de 1970-er jaren van 70-plussers die ons vertelden dat ze als kind armen vol “Kievitseitjes” plukten op de plaats waar nu het Lickebaertbos is...

Tegenwoordig zijn de bloemen van deze prachtige plant goed te bezichtigen in zowel het Natuurpark in de Holywijk als in de Heemtuin in de Westwijk. Ook ten noorden van de Frieslandlaan en Terschellinghoeve groeien ze o.a. in enkele ruige rietpercelen. Hier hebben wij ze in 1979 uitgepoot waarna ze zichzelf verder hebben uitgezaaid.

Appelvinken in Vlaardingen!
Vlaardingen is een bijzondere broedvogel rijker!

De Appelvink broedt nu minimaal voor het derde achtereenvolgende jaar binnen onze gemeentegrenzen! Het is goed mogelijk dat hij zelfs al langer in Vlaardingen broedt, maar door de verborgen levenswijze is deze vogel zeer lastig waar te nemen.
 
Kop van de Appelvink
 
Appelvinken zijn als je ze ziet gemakkelijk te herkennen: het is een forse vinkachtige vogel met een “Stierennek” en een enorm forse dikke snavel. Daarbij heeft hij een overwegend rossig bruin verenkleed en als hij vliegt valt de witte band aan het uiteinde van de staart op.

Appelvinken zijn voor niet getrainde waarnemers zeer lastig te ontdekken vogels omdat ze amper geluid maken en hun zang niet veel meer voorstelt dan wat knappende “pit” geluidjes en een beetje zacht gepiep. Veel vogelkenners hebben dan ook nog nooit of slechts zelden een Appelvink gezien...

Als voedsel nemen Appelvinken vooral zaden van Haagbeuk en verschillende esdoornsoorten zoals bv. de Spaanse aak. Ook de pitten van kersen zijn favoriet voedsel. In het voorjaar eten ze graag rupsen en daar worden de jongen ook mee gevoerd.
Ze broeden gewoonlijk vrij hoog in de bomen, maar zelf zagen wij een keer dat er een in een Hulst op net anderhalve meter hoogte een nest had gebouwd.
 
Appelvink
 
Appelvinken zijn in de oostelijke helft van Nederland geen zeldzaamheid, maar in het westelijk deel is dat even anders. Dat maakt het broeden van deze vogelsoort in Vlaardingen des te bijzonderder. Bovendien is het wel opmerkelijk dat de soort nu precies als broedvogel verschijnt terwijl hij landelijk juist achteruit gaat!

Voor dit stukje hebben we wat gegevens uit relevante boeken gevist en zo konden we de volgende informatie bijeen brengen:
  • “Een onregelmatige en zeer zeldzame broedvogel in Zuid-Holland” (Randstad en Broedvogels – Vogelwerkgroep Avifauna West-Nederland, 1981).
  • “3000 – 4500 paren rond 1980, oplopend tot 15.000 paren halverwege de 1990-jaren. Nu gedaald tot ongeveer 8.000 – 10.000 paren” (Atlas van de Nederlandse Broedvogels – SOVON, 2002).
Vanaf de 1990-er jaren worden al Appelvinken in Vlaardingen waargenomen. Er zijn toen door verschillende mensen waarnemingen in de Heemtuin gedaan. Sinds het verdwijnen van het oude Marnixplantsoen hebben wij geen waarnemingen meer uit de Heemtuin vernomen.

In het Natuurpark in de Holy is in de 1990-er jaren twee keer kort een Appelvink gezien. Vanaf 2000 worden ze jaarlijks in Vlaardingen gezien, met name op de Emous begraafplaats. Het vermoeden bestond dat ze daar broedden.

Tezelfdertijd werden ze ook uit de Broekpolder gemeld (er groeien daar veel Esdoorns en Zoete kersen!), maar pas sinds 2006 meerdere waarnemingen van telkens dezelfde gedeelten. De definitieve bevestiging dat ze er ook werkelijk broeden kwam toen een vogelkenner twee jongen had gezien. Daags na deze melding hebben wij er toen ook een gezien...

In de Holywijk worden de Appelvinken de laatste jaren ook regelmatiger waargenomen en in 2006 kregen wij van een bewoonster van de Pijnboomdreef zelfs een dode Appelvink die in de tuin was gevonden. Mogelijk was hij tegen het raam gevlogen maar gegrepen door een Kat was ook een mogelijkheid. Deze vogel, die van de bewoners de naam “Pietje” had gekregen, hebben wij laten opzetten en staat tegenwoordig op de Heemtuin en deze maand natuurlijk in de expositie in de Stadsbibliotheek.
 
De naam van de vogel doet vermoeden dat hij verzot op appels is, maar dat is toch niet zo! In het “Verklarend en Etymologisch Woordenboek van de Nederlandse Vogelnamen” door K. J. Eigenhuis (2004) vonden wij de oorsprong van de naam: de vogel zou “haegappelen” eten. Deze haegappelen zijn de bessen van de Meidoorn. Deze struiken groeien vaak in hagen.