Er bestaan ook vergunningsvrije activiteiten. Als uw plan aan de betreffende voorwaarden voldoet, hoeft deze niet te worden getoetst aan het bestemmingsplan.
De gemeente is nooit verplicht om ontheffing te verlenen of om hieraan mee te werken en kan zelf haar beleid daarin bepalen.
Omgevingsvergunning
In 2010 is de omgevingsvergunning ingevoerd. De omgevingsvergunning is één geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. Terwijl u nu nog in bepaalde gevallen verschillende vergunningen nodig heeft hoeft u nu nog maar één type vergunning aan te vragen: de omgevingsvergunning.
Procedures
Er zijn verschillende procedures mogelijk. De toepasbaarheid hangt af van de specificaties van het plan (gebruik, afmetingen, tijdsduur). Het gaat om de volgende.
-
Binnenplanse ontheffing of wijziging
In de regels (voorheen voorschriften) van het bestemmingsplan kunt u terugvinden of en onder welke voorwaarden ontheffing of wijziging mogelijk is. U zult bij oudere bestemmingsplannen nog de term “vrijstelling” aantreffen (i.p.v. ontheffing).
Doorgaans wordt in een bestemmingsplan ook aangegeven welke procedure daarvoor van toepassing is en veelal is dit de openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb).
-
Tijdelijke ontheffing
Burgemeester en Wethouders kunnen tijdelijk vrijstelling verlenen van de bepalingen van een bestemmingsplan. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er behoefte is om tijdelijk gebruik te maken van een bouwwerk, waarbij het bouwwerk of gebruik op basis van het geldende bestemmingsplan niet is toegestaan. De tijdelijke ontheffing bedraagt maximaal 5 jaar. Er worden strenge eisen gesteld aan de onderbouwing van de tijdelijke behoefte. De aanvrager van de vrijstelling dient dit aannemelijk te maken. De procedure is geregeld in artikel 3.24 Wro.
-
Buitenplanse ontheffing voor kleinere plannen of kruimelgevallen
Voor relatief kleine plannen kunnen Burgemeester en Wethouders met gebruikmaking van een korte procedure ontheffing verlenen van het bestemmingsplan. Denk bijvoorbeeld aan erfbebouwing bij woningen en kleine gebouwtjes voor openbare nutsvoorziening of openbaar vervoer. De voorwaarden voor deze gevallen zijn bij wet geregeld, maar voor het toestaan van sommige gevallen heeft de gemeente beleid vastgesteld (bijvoorbeeld erfbebouwing bij woningen).
De procedure is geregeld in artikel 3.24 Wro.
-
Projectbesluit
Voor de overige plannen in afwijking van het bestemmingsplan kunnen Burgemeester en wethouders een projectbesluit nemen. De daarvoor benodigde procedure is beduidend langer en het besluit dient vergezeld te gaan van een goede ruimtelijke onderbouwing. De goede ruimtelijke onderbouwing dient de planologische uitvoerbaarheid van het besluit aan te tonen. Qua inhoud lijkt deze op de inhoud van een toelichting bij een bestemmingsplan (o.a. beschrijving plan, beleidstoets, planologische en milieu onderzoeken, economische uitvoerbaarheid). De gemeente heeft beleid vastgesteld om slechts onder voorwaarden een projectbesluit te nemen. Hierin is opgenomen dat de gemeente kan verlangen dat de initiatiefnemer de ruimtelijke onderbouwing of de benodigde gegevens aanlevert.
De procedure voor het projectbesluit is geregeld in artikel 3.11 Wro.
Waar kunt u terecht?
Contact
We raden aan om bij onduidelijkheden contact te zoeken met de Sectie Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting via tel 010-2484000.