’k Vond langs de Vaart een ouwe klomp,
Een prima basis voor een bootje,
Dus ik voorzag die kale romp
Van mast en ra, van zeil en schootje.
Helaas werd mij het samenstel
Van scheppingsarbeid en van dromen,
Sjiek opgetuigd, gestaagd en wel,
Reeds bij de maidentrip ontnomen.
Slechts één keer voer het scheepje uit.
’k Had op de boeg ‘GELUK’ geschreven
(Het lot getergd en opgeruid!)
Een vijver was de oceaan.
Geraakt door een jaloerse kluit,
Is wat ik liefhad daar vergaan.
Als ik nu één advies mag geven:
Hou langs de Vaart uw klompen aan!
Aat Rolaff
Stadsdichter 2010 - 2011