De wieken in rouwstand
Toen de vorst, de kou van wintermaanden
Verdween, ging ook een geliefd vorstin
En allen, die zich in de lente waanden,
Plengden tranen, die werden vermorst in
Regenplassen op de dag dat zij het leven
Liet en alsof deze koninklijke dode
Met windkracht acht, in storm, nog even
Dacht aan het land na haar regeerperiode
Joegen donkere wolken, grijs als lood
Over land en heeft Holland tot in den doet
Voor alle komende tijden met haar dood
Aan koninklijke elegantie ingeboet.
Maar ook al zal vreemd licht regeren,
Houd stand: "De vorst zal wederkeren."
Kees Alderliesten
Vlaardingen, 24 maart 2004