Een kromme spar, waar weinig voor betaald,
Wat stakigs uit de nederigste rangen.
Geen lichtje dat het naakte groen doorstraalt
En zelfs geen bal kan ‘t speurend oog bevangen.
Z’n kerststal, bij Het Goed of zo gehaald,
Telt twee bij het grofvuil gevonden dieren,
Twee grauwtjes, maar tot groezelgeel vervaald,
Een hardboard ezel en een bordpapieren.
Maar hoe een droom ons dan weer kan verschalken!
De nacht voor kerst valt hem die plots ten deel
Met beelden vol midwintersymboliek.
Eén ezel tooit de boom met ster en piek,
De tweede staat, bekijkend het geheel,
‘O denneboom…’ (géén kenner dus) te balken.
Aat Rolaff
Stadsdichter 2010-2011