BRUG
(uit: Het Groot Vlaardings Prentenboek,
pg.136, Frits Weiland, 1921)
Zo’n bruggetje waarvan je dan nog weet
Hoe breed het water dat het overspande,
En hoe je daar, het weiland door, belandde,
Op weg naar wat De Babberspolder heet.
Je zag het opgehaald en neergelaten
Over het water, spiegelend de lucht
Waarin onstuimig buitelende vlucht
Van kieviten die hun fatsoen vergaten.
Je plukte er in Mei de pinksterblom
- Het lilablauw, om nooit meer te vergeten:
Herinneringen raken nooit versleten -
En latere waarvan het geel zo glom.
Zó’n bruggetje, dat nu nog steeds bestaat,
Waarbij je zomaar aan het mijm’ren slaat!
Aat Rolaff
Stadsdichter 2010-2011