Het lichaam ligt al decennia
klaar als dijk naar Niemandsland,
als een mooi geheeld litteken
van een eerste flinke jaap
tegen voorziene opstoppingen.
Meer aderen naar een hart
doen dit niet sneller kloppen
als ze de kamers niet bereiken
waarvan uit ik ging sleeën
van die dijk, gelijk mijn vader.
Nu nog opereren, nee,
dat blijft een vieze open wond
waar nu hond en baasje lopen.
Deze nieuwe weg loopt dood,
tot hier en niet vier verder
of kunnen we er wel bij varen
met wellicht een tweede vaart
met daaronder, uit het zicht,
die “noodzakelijke” doorstart;
zo uit het oog tot in ons hart.
Door: Benne van der Velde
Stadsdichter Vlaardingen