
Dijk, J. van, H.A. Robbers en T. de Ridder (red.), met bijdragen van W.J. Kuijper en J. Schelvis
Vlaardings Archeologisch Kantoor
2002
Het verslag handelt over dierlijk botmateriaal, een fragment van een menselijke schedel, schelpen en ectoparasieten die zijn aangetroffen in een inheems-Romeinse nederzetting (70-175 na Chr.). De inheemse boeren hielden met name rund, gevolgd door schaap/geit, paard, varken en hond. Het schelponderzoek duidt op een zoetwatergetijdengebied. Het ectoparasietenonderzoek heeft aangetoond dat de boeren last van luizen hadden.
Omvang: 64 pagina's.