25-07-2005 | Archeologen hebben in Vlaardingen diverse graanschuren ontdekt uit de vierde eeuw voor Chr. Het zijn de oudste graanschuren die in het West-Nederlandse veengebied zijn aangetroffen. De ontdekking maakt aannemelijk dat de toenmalige boeren op het veen graangewassen hebben verbouwd. Tot nu werd algemeen aangenomen dat dat niet mogelijk was.
De opslagschuren zijn ontdekt op het terrein van De Vergulde Hand in Vlaardingen. Eerder hadden archeologen in het veen al zeer goed geconserveerde resten van boerderijen uit de IJzertijd blootgelegd. Op één van de boerderijerven zijn nu de resten van tenminste vier opslagschuren aangetroffen. Dergelijke schuren, ook wel aangeduid als spiekers, worden normaal gesproken gezien als graanschuren. De vondst is daardoor zeer opmerkelijk te noemen, omdat tot nu toe aangenomen werd dat het veengebied niet geschikt was voor akkerbouw. De algemene veronderstelling was dat de boeren in het veen door middel van ruilhandel aan landbouwgewassen moesten komen. Met de ontdekking van de graanschuren is het nu aannemelijk dat deze boeren wel degelijk naast veeteelt akkerbouw bedreven en daarmee geheel zelfvoorzienend waren. De ontdekking van de schuren werpt dan ook een geheel nieuw licht op de boerensamenleving van die tijd.