In februari en maart 2011 vond in het Stadshart een grootschalig onderzoek plaats door middel van grondmechanische boringen. Het doel van dit onderzoek is de bodem van de kerkheuvel en de Hoogstraat in kaart te brengen. De resultaten worden gebruikt om richtlijnen te ontwikkelen voor archeologievriendelijk bouwen. Daarnaast leveren de boringen informatie op over de bewoningsgeschiedenis van het stadshart op. In totaal worden ruim zestig boringen gedaan waarbij de diepte varieert van 6 tot 9,6 meter.
Bouwen in de binnenstad
Door de uitstekende conservering en de dikke bodemlaag zijn archeologische opgravingen in het Vlaardingse stadshart erg kostbaar. De boringen die nu gedaan worden, geven nuttige informatie over de bodemgesteldheid, de grondwaterstand en de archeologische rijkdom. Zo wordt er onder andere vastgesteld tot welke diepte het verrottingsproces plaatsvindt. De gemeente wil vervolgens richtlijnen opstellen om zodanig te kunnen bouwen in de binnenstad dat grote verstoringen van het bodemarchief worden voorkomen. Door archeologievriendelijk te bouwen kan kostbaar archeologisch onderzoek achterwege blijven.
Bewoningsgeschiedenis
De boorkernen kunnen informatie opleveren over dertien eeuwen bewoningsgeschiedenis en oudere bewoning. Naar verwachting worden ook de oudste bewoningslagen van de nederzetting Vlaardingen opgeboord uit het begin van de 8e eeuw na Christus, uit de tijd dat in Vlaardingen de kerk werd gesticht. Specialistisch onderzoek kan mogelijk inzicht geven in het landschap waarin de eerste Vlaardingers woonden.